Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

FairKiezingswijzer 2017

Beweeg met je muis over de icoontjes en zie in één oogopslag hoe de politieke partijen al dan niet rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden. Klik op een onderwerp of op een partij en lees onze uitgebreide analyse.

cdad66vvdpvdaspcusgppvvgroenlinkspvdd50plus
HANDEL

HANDEL (CDA)

Het CDA gebruikt handelsbeleid om de economische positie van Nederland te verbeteren, en besteedt te weinig aandacht aan de positie van ontwikkelingslanden.

HANDEL (D66)

D66 wil ontwikkelingslanden meer kans geven om naar de EU te exporteren door handelsbarrières te verminderen.

HANDEL (VVD)

Nederlandse handelsbelangen staan voorop bij de VVD. Handel wordt zelfs een instrument om ontwikkelingslanden te dwingen mee te werken aan Nederlands beleid.

HANDEL (PvdA)

De PvdA bepleit dat handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan het verduurzamen van productieketens en betere posities van ontwikkelingslanden.

HANDEL (SP)

SP is voor eerlijke handel waarvan ook de bevolking van betrokken landen profiteert, maar maakt deze ambitie weinig concreet.

HANDEL (ChristenUnie)

CU vindt dat internationale handel vooral moet bijdragen aan inclusieve en duurzame groei in ontwikkelingslanden en heeft daar concrete maatregelen voor.

HANDEL (SGP)

Volgens de SGP ligt samenwerking ten grondslag aan het ten goede komen van internationale handel aan de allerarmsten.

HANDEL (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op internationale handel.

HANDEL (GroenLinks)

GroenLinks pleit o.a. voor toetsing van de impact van handelspolitiek op ontwikkelingslanden en bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

HANDEL (PvdD)

De PvdD wil expliciet rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden in het Nederlandse internationaal handelsbeleid.

HANDEL (50PLUS)

Het partijprogramma van 50Plus is uiterst beperkt over internationale handel.

KLIMAAT

KLIMAAT (CDA)

De ambities voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie werkt het CDA nauwelijks uit in concrete plannen.

KLIMAAT (D66)

D66 pleit voor een minister van Klimaat en Energie, nationale klimaatwet en ontwikkelingssamenwerking met klimaathulp en klimaatfinanciering.

KLIMAAT (VVD)

Het Nederlands belang staat voorop in klimaatbeleid van VVD waarbij slechts bestaande afspraken nageleefd moeten worden.

KLIMAAT (PvdA)

De PvdA wil dat het Parijs Klimaatakkoord doorwerkt in ambitieuze doelstellingen en dat ontwikkelingshulp meer wordt toegespitst op klimaatverandering.

KLIMAAT (SP)

De SP pleit voor ontwikkelingsbeleid gebaseerd op het Parijs Klimaatakkoord om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden.

KLIMAAT (ChristenUnie)

De CU wil niet dat de allerarmsten opdraaien voor de gevolgen van klimaatverandering en pleit voor klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (SGP)

De SGP wil zich inzetten voor het bestrijden van klimaatverandering en doet dit o.a. vanwege de positieve uitwerking op ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (PVV)

De PVV wil geen geld uitgeven aan innovatie of windmolens, wat negatieve klimaatgevolgen voor ontwikkelingslanden teweegbrengt.

KLIMAAT (GroenLinks)

GroenLinks wil met het Parijs Klimaatakkoord als basis een ambitieus klimaatbeleid met specifieke klimaatsteun voor ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (PvdD)

De PvdD wil een duurzaamheidsmeetlat voor toekomstig beleid, eisen aan grondstoffenimport, internationaal bindende regels en een milieugerechtshof.

KLIMAAT (50PLUS)

50PLUS wil CO2-uitstoot terugdringen om de wereld leefbaar te houden, maar toont weinig ambities voor een duidelijk klimaatbeleid.

VREDE & VEILIGHEID

VREDE & VEILIGHEID (CDA)

Het CDA bepleit het belang van internationale samenwerking in een veilige wereld, maar maakt dit niet concreet.

VREDE & VEILIGHEID (D66)

D66 is voorstander van een strenger EU wapenexportbeleid dat concurrentie tussen lidstaten moet beperken en toewerkt naar een gemeenschappelijk beleid.

VREDE & VEILIGHEID (VVD)

De VVD gaat niet in op wapenexport en bepleit ontwikkelingsgelden in te zetten voor het financieren van militaire missies.

VREDE & VEILIGHEID (PvdA)

De PvdA wil een strenger wapenexportbeleid, zeker als het gaat om de export van controversiële wapens en/of naar repressieve regimes.

VREDE & VEILIGHEID (SP)

De SP wil de huidige wapenexportregelgeving strenger naleven en wapenexport naar staten waar mensenrechten worden geschonden stoppen.

VREDE & VEILIGHEID (ChristenUnie)

De ChristenUnie is tegen wapenhandel met landen die mensenrechten schaden, maar maakt deze inzet niet concreet.

VREDE & VEILIGHEID (SGP)

De SGP gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

VREDE & VEILIGHEID (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

VREDE & VEILIGHEID (GroenLinks)

GroenLinks maakt zich sterk voor een strikt, door mensenrechten gedreven wapenexportbeleid, zowel internationaal als in Nederland.

VREDE & VEILIGHEID (PvdD)

De PvdD is kritisch over wapenexport naar landen die mensenrechten schenden en pleit voor internationale regelgeving.

VREDE & VEILIGHEID (50PLUS)

50PLUS gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

BELASTINGONTWIJKING

BELASTINGONTWIJKING (CDA)

Het CDA wil stevig optreden tegen bedrijven en multinationals die belasting ontwijken, maar legt geen link met ontwikkelingslanden.

BELASTINGONTWIJKING (D66)

D66 wil een stevige aanpak in de strijd tegen oneerlijke belastingpraktijken op Europees niveau, met Nederland als koploper.

BELASTINGONTWIJKING (VVD)

De VVD is tegen het hervormen van belastingverdragen, omdat dit het nationale vestigingsklimaat zal schaden

BELASTINGONTWIJKING (PvdA)

Belastingen zijn een wapen tegen ongelijkheid en daarom komt de PvdA met concrete maatregelen om belastingontwijking te bestrijden.

BELASTINGONTWIJKING (SP)

Ook grote bedrijven en multinationals gaan voortaan hun eerlijke deel in de belastingen betalen als het aan de SP ligt.

BELASTINGONTWIJKING (ChristenUnie)

De ChristenUnie bepleit een effectieve bestrijding van belastingontwijking door multinationals en het voorkomen van belastingconcurrentie.

BELASTINGONTWIJKING (SGP)

De SGP is tegen belastingontwijking –en ontduiking van multinationals, maar legt geen link met ontwikkelingslanden.

BELASTINGONTWIJKING (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op belastingontwijking of belastingontduiking door multinationale ondernemingen.

BELASTINGONTWIJKING (GroenLinks)

De stevige aanpak van belastingontwijking door multinationals van GroenLinks omvat concrete maatregelen die de positie van ontwikkelingslanden ten goede komt.

BELASTINGONTWIJKING (PvdD)

Met herziening van de belastingwetgeving en belastingverdragen wil de PvdD voorkomen dat ontwikkelingslanden miljarden aan inkomsten mislopen.

BELASTINGONTWIJKING (50PLUS)

50PLUS gaat in haar partijprogramma niet in op belastingontwijking of belastingontduiking door multinationale ondernemingen.

EERLIJK WERK

EERLIJK WERK (CDA)

Het CDA wil mensen in ontwikkelingslanden een menswaardig bestaan bieden en vraagt aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

EERLIJK WERK (D66)

D66 wil steun voor bedrijven die verantwoordelijkheid nemen m.b.t. hun impact om hen heen in de wereld.

EERLIJK WERK (VVD)

De VVD bepleit dat ondernemers zich houden aan bestaande afspraken over mensenrechten, maar wil tegelijkertijd ook minder complexe regelgeving voor bedrijven in het buitenland.

EERLIJK WERK (PvdA)

De PvdA legt een sterke focus op betere arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden en het tegengaan van kinderarbeid.

EERLIJK WERK (SP)

De SP besteedt in haar verkiezingsprogramma geen aandacht aan eerlijk werk wereldwijd.

EERLIJK WERK (ChristenUnie)

De CU komt met een ambitieuze serie maatregelen om arbeids- en kinderrechten te bevorderen, zo nodig met behulp van wetten en sancties.

EERLIJK WERK (SGP)

De SGP vindt dat bedrijven zich aan de bestaande regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten houden, maar maakt deze inzet niet concreet.

EERLIJK WERK (PVV)

De PVV wil stoppen met ontwikkelingshulp en vermeldt niets over eerlijk werk wereldwijd.

EERLIJK WERK (GroenLinks)

Als het aan GroenLinks ligt, wordt Nederland koploper in internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.

EERLIJK WERK (PvdD)

De PvdD heeft veel concrete en stevige plannen om de omstandigheden van arbeiders in ontwikkelingslanden te verbeteren.

EERLIJK WERK (50PLUS)

50PLUS toont geen concrete ambities op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MIGRATIE & ONTWIKKELING

MIGRATIE & ONTWIKKELING (CDA)

CDA beperkt migratie tot vluchtelingen; met een focus op de terugkeer en bijdrage van vluchtelingen aan de wederopbouw van herkomstlanden.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (D66)

De brede migratieaanpak van D66 omvat o.a. ook het creëren van legale routes voor vluchtelingen en een selectief systeem voor economische migranten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (VVD)

Adequate opvang in de regio moet migratie naar de EU onnodig en onmogelijk maken volgens de VVD.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PvdA)

De PvdA komt met een brede migratieaanpak en wil o.a. investeren in veilige, legale routes en toekomstperspectief in zowel de regio als in Nederland.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (SP)

De SP is voor het aanpakken van de grondoorzaken en het verbeteren van de opvang van vluchtelingen (in de regio), maar maakt deze inzet niet concreet.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (ChristenUnie)

ChristenUnie bepleit een brede migratieaanpak die zich o.a. richt op grondoorzaken en betere opvang in de regio, maar ook op verplichte terugkeer.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (SGP)

SGP focust zich op het loskoppelen van migratie uit het ontwikkelingsbudget en outsourcing van opvang van vluchtelingen en asielaanvragen buiten Europa.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PVV)

De PVV wil de Nederlandse grenzen sluiten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (GroenLinks)

GroenLinks wil betere opvang in de regio en veiligere routes voor vluchtelingen, maar ook een tijdelijke visa voor arbeidsmigranten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PvdD)

Een menswaardige opvang in de regio en een uitgebreide aanpak van oorzaken van de vluchtelingencrisis: dat is de inzet van de PvdD.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (50PLUS)

50PLUS ‘staat voor een streng, rechtvaardig en humaan vreemdelingenbeleid’, maar maakt deze ambitie niet concreet.

FAIR POLITICS

FAIR POLITICS (CDA)

De geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar te maken, werkt het CDA nauwelijks uit in concrete (bekostigings) plannen.

FAIR POLITICS (D66)

D66 onderbouwt een stevig ontwikkelingsbeleid dat ook ingaat op zaken als handel en klimaat, en dat bekostigd wordt met 0,7 procent van het BNP.

FAIR POLITICS (VVD)

Nederlandse (handels)belangen staan altijd voorop bij de VVD; zo wil de partij ontwikkelingshulp voorwaardelijk maken.

FAIR POLITICS (PvdA)

Met o.a. een ministersaanpak en een toets voor nieuw beleid, wil de PvdA voorkomen dat wat we met de ene hand geven, wordt weggenomen met de andere.

FAIR POLITICS (SP)

De SP is voor ontwikkelingssamenwerking gebaseerd op ‘wederzijds begrip en respect’, maar maakt deze ambitie niet (financieel) concreet.

FAIR POLITICS (ChristenUnie)

CU wil zowel een hoger ontwikkelingsbudget als dat het beleid niet nadelig is voor ontwikkelingslanden, en stelt o.a. een beleidstoets voor.

FAIR POLITICS (SGP)

De SGP wil de belangen van ontwikkelingslanden meenemen in beleid met een impacttoets, maar blijft onduidelijk over de hoogte van het ontwikkelingsbudget.

FAIR POLITICS (PVV)

De PVV wil de Nederlandse financiering van ontwikkelingshulp stoppen.

FAIR POLITICS (GroenLinks)

Naast een verhoging en zuivering van het budget, wil GroenLinks dat internationaal beleid getoetst wordt op de gevolgen voor ontwikkelingslanden.

FAIR POLITICS (PvdD)

De PvdD houdt expliciet rekening met de kansen voor mensen in ontwikkelingslanden en wil o.a. alle beleid langs een duurzaamheidsmeetlat leggen.

FAIR POLITICS (50PLUS)

50PLUS wil zich aan internationale afspraken over ontwikkelingshulp houden en ondersteunt de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, maar mist concrete ambitie.

Twitter

Handel

Nederland drijft handel met landen uit de hele wereld en veel ontwikkelingslanden zijn afhankelijk van de enorme Europese afzetmarkt.

Handel kan juist in het voordeel zijn van ontwikkelingslanden, mits economische ontwikkelingsmogelijkheden worden gestimuleerd en niet worden afgezwakt door het opwerpen van tarifaire en non-tarifaire handelsbarrières, zoals hogere regulerende standaarden. Als het gaat om standpunten rondom EU-handelsverdragen is het belangrijk dat de impact op ontwikkelingslanden wordt meegenomen.
Verder moeten Nederland en de EU ervoor zorgen dat het onmogelijk wordt dat bedrijven conflictmineralen in hun producten verwerken die uiteindelijk op de Europese markt terechtkomen. Ook is het essentieel dat de belangen van lokale vissers meegenomen worden in de Europese visserijakkoorden en de bescherming van farmaceutische bedrijven niet ten koste gaat van de toegang tot medicijnen van mensen in ontwikkelingslanden. 

Bekijk een overzicht van de belangrijke gebeurtenissen op het gebied van handel in de afgelopen kabinetsperiode.

CDA

Het CDA gebruikt handelsbeleid om de economische positie van Nederland te verbeteren, en besteedt te weinig aandacht aan de positie van ontwikkelingslanden.

Uitleg: Het CDA ziet handel als één van de componenten in de geïntegreerde aanpak ‘om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar, zelfredzaam te maken en een menswaardig bestaan te bieden’ (p. 38). Het Nederlandse belang staat hierbij wel duidelijk voorop. Zo moet de overheid Nederlandse ondernemers helpen om ‘mee te groeien’ in opkomende markten als Azië, Zuid-Amerika en Afrika door ‘het verbeteren van de randvoorwaarden, financiering en het leggen van contacten’ (p. 85). Ook moet Nederland bij het afsluiten van handelsovereenkomsten speciaal aandacht hebben voor duurzaamheid (p. 36). Hiermee bedoelt de partij volgens het verkiezingsprogramma dat ‘er ook beleid moet zijn dat mogelijke verliezers nieuwe kansen geeft’ (p. 36). Het CDA specificeert hierbij niet of het hierbij gaat om verliezers in Nederland, Europa of ontwikkelingslanden.

Citaten:

p. 34: ‘We werken intensief samen op het terrein van internationale handel en veiligheid, zowel bilateraal als in instituties als de Europese Unie en de NAVO. Dit biedt ons veel kansen.’

p. 36: ‘Bij het afsluiten van handelsovereenkomsten en andere internationale afspraken moeten we niet alleen oog hebben voor de economische voordelen van deze akkoorden (groei, banen), maar ook voor duurzaamheid: er moet ook beleid zijn dat mogelijke verliezers nieuwe kansen geeft.

p. 38: ‘Wij kiezen ervoor om diplomatie, Defensie, handel en ontwikkeling samen te brengen in een geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar, zelfredzaam te maken en een menswaardig bestaan te bieden. Wij verbinden maatschappelijke organisaties, bedrijven en de overheid, zowel hier als in de ontvangende regio’s. Op die manier worden internationale samenwerking en solidariteit met de bevolking van fragiele staten verbonden in een wederzijds belang en kunnen nieuwe conflicten en problemen worden voorkomen.’

p. 85: ‘Nederland is niet alleen een interessant land om te investeren, ook de internationale handel zit ons al eeuwenlang in het bloed. In Europa maar ook in opkomende markten als Azië, Zuid-Amerika en Afrika. Juist met die regio’s kunnen wij meegroeien door de goede uitgangspositie die we op die continenten al hebben verder te versterken. Ook hier is het aan ondernemers om te ondernemen, maar kan de overheid helpen door het verbeteren van de randvoorwaarden, financiering en het leggen van contacten.’

D66

D66 wil ontwikkelingslanden meer kans geven om naar de EU te exporteren door handelsbarrières te verminderen.

Uitleg: Denk en handel internationaal: D66 wil ‘internationale handel bevorderen waarbij iedereen zich aan hoge normen houdt’ (p.125). Hierbij legt D66 de nadruk op eerlijke toegang van Nederlandse bedrijven tot groeimarkten in ontwikkelingslanden, maar ook andersom: ‘Door importheffingen en andere barrières voor producten uit ontwikkelingslanden af te bouwen, geven we boeren en ondernemers daar de kans een beter bestaan op te bouwen’ (p. 81). Naast het afbouwen van handelsbarrières stelt de partij echter weinig andere maatregelen voor om de positie van ontwikkelingslanden te bevorderen op het gebied van  internationale handel.  

Citaten:

p. 63: ‘D66 wil dat handel met opkomende markten wordt gestimuleerd en dat gewerkt wordt aan eerlijke toegang voor Nederlandse bedrijven tot die groeimarkten.’

p. 81: ‘Door importheffingen en andere barrières voor producten uit ontwikkelingslanden af te bouwen, geven we boeren en ondernemers daar de kans een beter bestaan op te bouwen.’

p. 125: ‘Wij bevorderen internationale handel waarbij iedereen zich aan hoge normen houdt, zetten ons in voor microfinanciering, toegang tot kapitaal en financiële instrumenten als bankrekeningen en duurzame productiemethoden.’

p. 128: ‘D66 wil ook dat de Europese Unie eenzijdig handelsbarrières afbouwt voor (landbouw)producten uit ontwikkelingslanden om boeren daar een eerlijke kans te geven hun goederen te exporteren.’

VVD

Nederlandse handelsbelangen staan voorop bij de VVD. Handel wordt zelfs een instrument om ontwikkelingslanden te dwingen mee te werken aan Nederlands beleid.

Uitleg: De VVD bepleit een effectief buitenlands beleid met ‘naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika’ (p. 22). Hier staat het (handels)belang van Nederland altijd expliciet voorop. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de ambitie van de VVD om de koppositie van de Nederlandse visserijsector behouden. ‘De Nederlandse visser mag niet worden dwarsgezeten door belangen van andere landen, zodat wij onze voorsprong behouden’ (p. 82).

Dat blijkt uit ook de rol die de VVD ziet voor ‘het Nederlandse bedrijfsleven bij internationale handel, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies’ (p. 30). Ook ziet de partij handelsovereenkomsten, verdragen –en relaties als goed instrument om ontwikkelingslanden actief te laten meewerken aan het uitvoeren van Nederlands beleid. ‘Als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties’ (p. 30). 

Citaten:

p. 11: ‘Om Nederland zoals het is te behouden, is een aantal zaken nodig. Te beginnen met een realistisch buitenlands beleid, waarin Nederlandse belangen zoals veiligheid, migratie en handel centraal staan.’

p. 18: ‘Het creëren van adequate opvang in de regio biedt een oplossing voor vluchtelingen die bescherming nodig hebben. Om die oplossing ook duurzaam te maken, zullen de landen waar deze opvang wordt geboden vluchtelingen door middel van een verblijfsvergunning de mogelijkheid moeten bieden een bestaan in hun land op te bouwen. Dit kunnen wij een criterium maken voor het ontvangen van ontwikkelingshulp. Ook handelsovereenkomsten, verdragen en visaverstrekking kunnen worden gekoppeld aan medewerking aan dit beleid. Uiteraard is alles erop gericht om mensen zo snel als het kan naar het land van herkomst te laten terugkeren.’

p. 18: ‘Asielzoekers die te horen hebben gekregen dat zij niet in Nederland mogen  blijven, moeten zo snel mogelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Voor migranten uit veilige landen is hier geen plek. Daarom moeten we ervoor zorgen dat landen hun eigen onderdanen ook daadwerkelijk terugnemen. Ook medewerking hieraan kunnen we als voorwaarde stellen bij ontwikkelingshulp, handelsrelaties en het sluiten van verdragen. Ook willen we in EU-verband gezamenlijk landen onder druk zetten.’

p. 22: ‘De kracht van een effectief buitenlands beleid zit in selectiviteit: vooral daar actief zijn waar onze belangen op het spel staan en waar we het verschil kunnen maken. Dat betekent naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.’

p. 30: ‘We vinden handel minstens zo belangrijk als hulp. Het stelt landen namelijk in staat om op basis van gelijkwaardigheid en eigen kracht vooruit te komen. Hierbij speelt het Nederlandse bedrijfsleven een belangrijke rol, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies.’

p. 30: ‘Bij het aanjagen van lokale economieën speelt handel een belangrijke rol. Daarom ondersteunen wij het Nederlandse bedrijfsleven bij internationale handel, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies.’

p. 30: ‘Ontwikkelingshulp mag geen vrijblijvend cadeautje zijn. Er mag van hulpontvangende landen een inspanning worden terugverwacht. Wij willen daarom dat ontwikkelingssamenwerking voorwaardelijk is: als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties.’

p. 42: ‘Wij zijn daarom voorstander van goede handelsverdragen met onze handelspartners over de hele wereld, zoals de Verenigde Staten, Canada, Japan en China. Wij willen daarbij geen concessies doen aan onze normen en standaarden voor bijvoorbeeld het milieu of voedselveiligheid. Handelsverdragen maken het makkelijker voor buitenlandse bedrijven om in Nederland de deuren te openen. Maar ze openen vooral ook de deuren voor Nederlandse bedrijven in het buitenland. Daar profiteren we uiteindelijk allemaal van, omdat ook dit weer zorgt voor banen in Nederland.’

p. 82: ‘Wij willen de koppositie van de visserijsector op het gebied van innovaties  behouden. De Nederlandse visser mag bij nieuwe vismethoden […] niet worden dwarsgezeten door verouderde regels of belang van andere landen. Zo kan de Nederlandse visserij haar voorsprong behouden. Er mogen niet meer visgebieden worden gesloten dan noodzakelijk is vanuit Europese wetgeving.’

PvdA

De PvdA bepleit dat handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan het verduurzamen van productieketens en betere posities van ontwikkelingslanden.

Uitleg: De PvdA ziet eerlijke handel als één van de onderdelen van het door de partij beoogde samenhangende beleid om ‘het leven van anderen elders in de wereld te verbeteren’ (p. 60). Om eerlijke handel te realiseren, wil de partij alleen nog maar ‘handelsverdragen steunen als deze inclusief zijn en zorgen voor verbetering voor iedereen’ (p. 26). Dat betekent voor de PvdA dat ‘handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden’ (p. 64). Het blijft nog enigszins onduidelijk hoe de partij deze ambitie vanuit de overheid wil realiseren. De PvdA bepleit bijvoorbeeld dat ‘bedrijven gaan rapporteren over de beloningsverhoudingen binnen het bedrijf, over eerlijke handel en duurzaamheid in hun productie en over hun sociale en ecologische prestaties’ (p. 26). Concreter is het voorstel om via wetgeving de verkoop en import van producten verbieden die met kinderarbeid tot stand zijn gebracht (p. 26).

Citaten

p. 26: ‘Globalisering werkt alleen als iedereen ervan profiteert. Wij willen daarom alleen handelsverdragen steunen als deze inclusief zijn en zorgen voor verbetering voor iedereen. Dat betekent dat we niet instemmen met handelsverdragen als TTIP, tenzij deze een continue verbetering stimuleren voor de positie van werknemers, van de standaarden wereldwijd voor duurzaamheid, milieu, gezondheid en arbeid en het bestrijden van ongelijkheid en belastingontwijking. Alleen zo ontstaat een ‘race naar de top’ in plaats van ‘een race naar de bodem.’

p. 26: ‘Wij stellen voor dat bedrijven gaan rapporteren over de beloningsverhoudingen binnen het bedrijf, over eerlijke handel en duurzaamheid in hun productie en over hun sociale en ecologische prestaties.’

p. 26: ‘Wij willen via wetgeving de verkoop en import van producten verbieden die met kinderarbeid tot stand zijn gebracht.’

p. 60: ‘Wie welvarend is, heeft de kans om het leven van anderen te verbeteren. Niet alleen door ontwikkelingssamenwerking, maar bijvoorbeeld ook door eerlijke handel en het bestrijden van belastingontwijking. Dat vraagt om een samenhangende aanpak van de gehele nieuwe ministersploeg.’

p. 63: ‘De wens van landen om op eigen benen te staan is uitgangspunt. Het scheppen van meer banen is nodig om met name het grote aantal jongeren in ontwikkelingslanden kansen te bieden. We willen een samenhangend beleid, en zijn daarom voorstander van de combinatie van hulp en handel in één portefeuille.’

p. 64: ‘Handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan verantwoorde mondiale productieketens, aan versterking van onze normen en waarden wat betreft arbeidsrechten en duurzaamheid, en aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden.’

SP

SP is voor eerlijke handel waarvan ook de bevolking van betrokken landen profiteert, maar maakt deze ambitie weinig concreet.

Uitleg: De SP bepleit een inzet voor eerlijke handel, ‘waarvan ook de bevolking van de betrokken landen profiteert’ (p.53). Buiten het niet invoeren van TTIP, CETA en andere vrijhandelsverdragen, is het onduidelijk hoe de SP deze eerlijke handel in de praktijk wil brengen, economische ontwikkelingsmogelijkheden wil stimuleren of in hoeverre de partij de belangen van ontwikkelingslanden wil meewegen in internationale handelsverdragen. 

Citaten:

p. 53: ‘We zetten ons in voor eerlijke handel, tot wederzijds voordeel. Daarom zijn we mordicus tegen de invoering van TTIP, CETA en andere vrijhandelsverdragen die onze democratie ondermijnen en vooral gunstig zijn voor multinationals. In plaats daarvan zetten we ons in voor eerlijke handel, waarvan ook de bevolking van de betrokken landen profiteert.’

p. 57: ‘We zullen meer moeten doen om de oorzaken aan te pakken waarom mensen moeten vluchten en stoppen met schadelijk beleid en oneerlijke handel.’


ChristenUnie

CU vindt dat internationale handel vooral moet bijdragen aan inclusieve en duurzame groei in ontwikkelingslanden en heeft daar concrete maatregelen voor.

Uitleg: De ChristenUnie zet in op nieuwe inclusieve handelsverdragen, vanuit het uitgangspunt dat het niet alleen gaat om de hoogte van het ontwikkelingsbudget, maar ook dat onze belastingregels of handelssystemen niet nadelig zijn voor de positie van ontwikkelingslanden. Deze handelsverdragen moeten bijdragen aan duurzame groei in ontwikkelingslanden, en geven tegelijkertijd een positieve impuls aan het Nederlandse bedrijfsleven. Door het opnemen van duurzame en inclusieve groei en wederkerigheid in handelsverdragen, kunnen ‘Afrikaanse boeren profiteren van eerlijke prijzen, worden ongelijkheid, landroof en uitputting van hulpbronnen bestreden en kan Europa belangrijke grondstoffen blijven importeren’ (p. 100). In die lijn mogen ‘Economische Partnerschapsakkoorden niet de regionale en lokale markten in die landen verstoren’, als het aan de ChristenUnie ligt (p. 68). Bijvoorbeeld door het beschermen van traditionele visgebieden in ontwikkelingslanden. Ook wil de partij Europese mensenrechtenvoorwaarden onderdeel maken van deze nieuwe handelsverdragen.

Citaten:

p. 66: ‘Handelsakkoorden leggen onacceptabele beperkingen op aan het stellen van maatschappelijk verantwoorde eisen aan producten en diensten.’

p. 71: ‘Rechtvaardige handelsakkoorden. Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s), die zijn afgesloten met landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (voormalige koloniën van Europese landen), mogen niet de regionale en lokale markten in die landen verstoren.’

p. 74: ‘Nederland blijft zich sterk maken voor een internationale samenwerking op het gebied van visserijbeheer, bescherming van de traditionele visgebieden van ontwikkelingslanden, een verbod op de walvisvangst en een algeheel verbod op het gebruik van drijfnetten.’

p. 74: ‘Minder (Europese)regels. Bij visquota wordt meer rekening gehouden met soorten die vaak samen worden gevangen (geassocieerde bestanden) en er wordt meer verantwoordelijkheid gelegd bij de regionale beheergroepen. Er moet worden voorkomen dat visserijen stil komen te liggen door ‘choke species’ (soorten die worden meegevangen met de hoofdsoort en waarvoor een klein quotum beschikbaar is).’

p. 74: ‘Nederland blijft zich sterk maken voor een internationale samenwerking op het gebied van bescherming van de traditionele visgebieden van ontwikkelingslanden.’

p. 92: ‘Wij kunnen alleen instemmen met vrijhandelsverdragen, zoals TTIP, als het verdrag aan een sociale, duurzame en juridische ondergrens voldoet.’

 p. 92: ‘De ChristenUnie zet in op inclusieve handelsverdragen die leiden tot duurzame groei en een positieve impuls voor het Nederlandse bedrijfsleven. Daarom moeten: Handelsverdragen leiden tot duurzame en inclusieve groei, ook in ontwikkelingslanden. Mensenrechtenvoorwaarden EU ook toepassen in overige handelsverdragen. Voor landen zoals Pakistan en Saoedi-Arabië worden handelsbeperkingen ingevoerd, totdat mensenrechten worden gegarandeerd.’

p. 95: ‘Handel afhankelijk stellen van respect voor godsdienstvrijheid. Geen handelsmissies faciliteren naar landen waar mensenrechten ernstig worden geschonden en geen godsdienstvrijheid is. Bilaterale betrekkingen, handels- en ontwikkelingsrelaties worden mede afhankelijk gemaakt van een betere omgang met politieke en religieuze minderheden.’

p. 99: ‘Het gaat niet alleen om de hoogte van het ontwikkelingsbudget, maar ook dat onze belastingregels of handelssystemen niet nadelig zijn voor de positie van ontwikkelingslanden. Handelsverdragen moeten juist bijdragen aan inclusieve en duurzame groei.’

p. 102: ‘Duurzame en inclusieve handelsverdragen. Handelsverdragen moeten aan een nieuwe standaard gaan voldoen, waarin duurzame en inclusieve groei en wederkerigheid worden opgenomen. Zo kunnen Afrikaanse boeren profiteren van eerlijke prijzen, worden ongelijkheid, landroof en uitputting van hulpbronnen bestreden en kan Europa belangrijke grondstoffen blijven importeren.’

SGP

Volgens de SGP ligt samenwerking ten grondslag aan het ten goede komen van internationale handel aan de allerarmsten.

Uitleg: De SGP bepleit dat internationale handel ten goede kan komen aan de allerarmsten. Hiervoor moeten ‘Nederlandse ondernemers en investeerders als goede rentmeesters rekening houden met de lokale politieke en sociale situatie en kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen’ (p. 53). Ook dient de ontwikkeling van arme landen te moeten worden meegenomen bij het afsluiten van internationale handelsverdragen. Het is echter onduidelijk hoe de SGP deze ambitie concreet beoogt te verwezenlijken. Opvallend is namelijk dat de SGP tegelijkertijd ook pleit voor bescherming van Europese kwetsbare landbouwsectoren binnen internationale handelsafspraken (p. 68). Het is onduidelijk hoe dit ten goede komt aan de allerarmsten in ontwikkelingslanden. 

Citaten:

p. 53: ‘Internationale handel kan ten goede komen aan de allerarmsten, maar dat is niet automatisch het geval. Wanneer Nederlandse ondernemers en investeerders als goede rentmeesters rekening houden met de lokale politieke en sociale situatie en kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, kunnen handel en hulp elkaar prima versterken. Daarvoor is nodig dat overheden, bedrijven en NGO’s goed samenwerken.’ 

p. 53: ‘Nederlandse bedrijven kunnen bijdragen aan de economische groei van ontwikkelingslanden, maar moeten zich daarbij wel houden aan de afspraken voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ 

p. 53: ‘Bij het afsluiten van internationale (handels)verdragen zoals CETA en TTIP dienen centraal te staan behoud van productveiligheid en –kwaliteit, een veilig en schoon productieproces, het voorkomen van schadelijke gevolgen voor klimaat of biodiversiteit, de ontwikkeling van arme landen, en de bescherming van staatssoevereiniteit. Ze mogen niet leiden tot concurrentievervalsing als gevolg van lagere (kwaliteits)eisen.’  

p. 68: ‘Internationale handelsafspraken moeten ruimte bieden voor bescherming van de hoge milieu- en dierenwelzijnsstandaard van de Europese landbouw. Nederlandse kippenhouders met een scharrelstal leggen het bijvoorbeeld af tegen Amerikaanse mega-legbatterijen. Kwetsbare landbouwsectoren moeten in ieder geval buiten handelsverdragen worden gehouden.’ 

p. 87: ‘Bij het afsluiten van handelsverdragen moet gekeken worden hoe een gelijk speelveld voor kwetsbare (landbouw)sectoren gehandhaafd blijft.’

PVV

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op internationale handel.

Uitleg: De PVV doet in het partijprogramma geen uitspraken over internationale handel, economische ontwikkelingsmogelijkheden of het behartigen van belangen van ontwikkelingslanden in internationale handelsverdragen. 

GroenLinks

GroenLinks pleit o.a. voor toetsing van de impact van handelspolitiek op ontwikkelingslanden en bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

Uitleg: GroenLinks bepleit het stoppen van ‘het economisme waarin het belang van Nederlandse bedrijven voorrang krijgt op het welzijn van mensen elders in de wereld en dat armoede daar in stand houdt’ (p. 71). Tegelijkertijd ziet de partij in dat hulp en handel ook voor welvaart en kansen voor mensen in ontwikkelingslanden zorgen (p. 71). GroenLinks wil dat ‘alle aspecten van internationaal beleid, waaronder handelspolitiek, getoetst wordt op hun gevolgen voor ontwikkelingslanden en bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen’ (p. 74). Verder wil de partij een standaard zettende rol voor Nederland als het gaat om het uitbannen van grondstoffengebruik ‘waarvan de winning of productie verbonden is met conflicten, uitbuiting, landroof of grote milieuschade’ (p.11).Ten slotte wil GroenLinks dat “eerlijke handel en de bescherming van mens en milieu centraal komen te staan” (p. 74) in handels- en investeringsverdragen.  

Citaten: 

p. 11: ‘Binnen de Europese Unie ijvert Nederland ervoor dat bedrijven geen grondstoffen gebruiken waarvan de winning of productie verbonden is met conflicten, uitbuiting, landroof of grote milieuschade.’

p. 71: ‘Mensenrechtenschendingen laten we niet onweersproken, ook wanneer die worden begaan door grote handels- of verdragspartners. We stoppen het economisme waarin het belang van Nederlandse bedrijven voorrang krijgt op het welzijn van mensen elders in de wereld en dat armoede daar in stand houdt. Handelsverdragen en ontwikkelingssamenwerking zorgen voor welvaart en kansen voor mensen in arme landen.’

p. 73: ‘Vredes-, mensenrechten- en ontwikkelingsdiplomatie krijgen voorrang boven economische diplomatie. Ontwikkelingssamenwerking gaat over het belang van mensen in ontwikkelingslanden, niet om het economisch belang van het Nederlands bedrijfsleven.’

p. 74: ‘Alle aspecten van internationaal beleid, zoals handelspolitiek, worden getoetst op hun gevolgen voor ontwikkelingslanden en bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen.’  

p. 74: ‘Handels- en investeringsverdragen mogen niet ten koste gaan van onze democratie en milieu- en sociale standaarden. We willen af van aparte claimrechtspraak voor multinationals. Nederland verzet zich tegen de goedkeuring van handelsverdragen die milieu- en sociale standaarden verlagen en claimrechtspraak bevatten, zoals het CETA-verdrag met Canada. In Europees verband zet Nederland in op een multilaterale handelsagenda en grondige aanpassingen van de mandaten aan de Europese Commissie om handelsverdragen te sluiten zodat eerlijke handel en de bescherming van mens en milieu centraal komen te staan. Nederland pleit binnen de EU voor het stopzetten van de onderhandelingen met de VS over het handels-  en investeringsverdrag TTIP evenals de onderhandelingen over TiSA.’

PvdD

De PvdD wil expliciet rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden in het Nederlandse internationaal handelsbeleid.

Uitleg: De Partij voor de Dieren benadrukt meermaals de negatieve impact van ‘onze agressieve export- en handelsstrategie op de kansen voor mensen in ontwikkelingslanden om in hun eigen land een goed bestaan op te bouwen’ (p. 35). Om de grote ecologische voetafdruk van Nederland tegen te gaan, bepleit de partij dat we ons eigen handelen actief moeten veranderen. Daartoe bepleit de partij een heel aantal concrete en ambitieuze maatregelen. Zo moet handel geregionaliseerd worden, waardoor ontwikkelingslanden mogelijkheden krijgen hun lokale economie en markten te ontwikkelen (p. 37). Bij (tijdelijk) afschermen van de markten voor importen vanuit het westen, volgen geen represaillemaatregelen (p. 36). Europese landbouw- en visserijsubsidies worden afgebouwd (p. 16). Alle exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie verdwijnen en er worden geen producten meer gedumpt in ontwikkelingslanden. Nederland helpt ontwikkelingslanden om hun producten zelf te bewerken. Nederland stelt strengere regels voor de import van grondstoffen waarvan de winning of productie schade kan toebrengen aan mensen, dieren, milieu of de natuur. En ontwikkelingslanden moeten kapitaalcontroles kunnen instellen.

Citaten:

p. 15: ‘Nederlandse vissers plunderen – met Europese subsidies – zeeën buiten Europa, zoals voor de kust van Afrika. De vangstcapaciteit van de Europese vissersvloot mag niet groter zijn dan de ecosystemen in de Europese wateren kunnen dragen.'

p. 16 en p. 37: ‘Europese landbouw- en visserijsubsidies worden afgebouwd. Dat geeft boeren in ontwikkelingslanden weer eerlijke kansen. Visserijakkoorden tussen de Europese Unie en andere landen zijn roofakkoorden en gaan van tafel of worden opgezegd.'

p. 16: ‘Alle exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie verdwijnen. Zo kan dumping van goedkope, gesubsidieerde landbouwproducten op de markten van ontwikkelingslanden worden tegengegaan. Grote buitenlandse bedrijven krijgen vaak toestemming van (corrupte) regimes in ontwikkelingslanden om landbouwgronden te huren of te kopen. Die gronden zijn echter veelal van lokale boerenfamilies. De Partij voor de Dieren wil dat Nederland zich in internationaal verband sterk maakt tegen deze landroof. Investeringen in land en grond behoren te voldoen aan de criteria van de VN-mensenrechtenrapporteur voor het Recht op voedsel.’

p. 16: ‘We stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten en dierenwelzijn.’

p. 23: ‘Exportkredieten van de overheid worden zeer streng beoordeeld op de gevolgen van het project voor mens, dier en milieu.’

p. 34: ‘Ontwikkelingslanden dragen vaak de lasten van de wereldvrijhandel, maar delen niet mee in de lusten. We willen de positie van ontwikkelingslanden in de wereldhandel sterk verbeteren en de wereldeconomie meer regionaliseren.’

p. 34: ‘De Partij voor de Dieren is tegen vrijhandelsakkoorden zoals CETA en TTIP, omdat deze deals de democratie ondermijnen en grote negatieve gevolgen hebben voor mens, milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid. Zo beperken ze de keuzevrijheid en privacy van consumenten. Ook bedreigen ze de ontplooiingskansen van minderbedeelden en kwetsbaren. Ontwikkelingslanden dragen vaak de lasten van de wereldvrijhandel, maar delen niet mee in de lusten. We willen de positie van ontwikkelingslanden in de wereldhandel sterk verbeteren en de wereldeconomie meer regionaliseren.’

p. 35: ‘De hulp wordt gericht op de belangen van de mensen daar en niet op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. De positie van de arme bevolking wordt versterkt, vooral de leefsituatie van vrouwen en kinderen.’

p. 36: ‘Als ontwikkelingslanden hun markten (tijdelijk) afschermen voor importen vanuit het westen teneinde hun eigen economie te versterken, volgen geen represaillemaatregelen.'

p. 36: ‘Nederland helpt ontwikkelingslanden om hun producten zelf te bewerken, zodat ze zelf toegevoegde waarde kunnen creëren, in plaats van grondstoffen te exporteren.’

p. 36: ‘Nederland stelt strengere regels voor de import van grondstoffen waarvan de winning of productie schade kan toebrengen aan mensen, dieren, milieu of de natuur. Deze regels gelden voor ruwe grondstoffen én (half)fabricaten.’

p. 36: ‘Vaak verhandelde grondstoffen zoals soja, palmolie, koper en kolen, komen op de lijst van conflictmaterialen, waarvoor strenge criteria komen in het internationale handelsverkeer. Ook zoet water komt op deze lijst.’

p. 36: ‘Onze agressieve export- en handelsstrategie en het faciliteren van belastingontwijking door multinationals, ontneemt mensen in ontwikkelingslanden kansen om in hun eigen land een goed bestaan op te bouwen. Nederland heeft een grote ecologische voetafdruk, die de kansen voor mensen in ontwikkelingslanden verkleint.’

p. 37: ‘Nederland stopt met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten of dierenwelzijn.’

50PLUS

Het partijprogramma van 50Plus is uiterst beperkt over internationale handel.

Uitleg: 50PLUS doet in het partijprogramma geen specifieke uitspraken over internationale handel en de impact daarvan op ontwikkelingslanden. Wel draagt de partij ‘fair trade een warm hart toe’ (p. 11) en wil de partij dat Nederlandse bedrijven zich inzetten voor internationale samenwerking (p. 14). 50PLUS is uiterst beperkt over internationale handel en daarmee is onduidelijk hoe de partij in het verkiezingsprogramma beoogt bij te dragen aan eerlijke handel voor ontwikkelingslanden.

Citaten: 
p. 11: ‘50PLUS draagt fair trade een warm hart toe.’

p. 14: ‘50PLUS is tegen de handelsverdragen TTIP en CETA.’

p. 14: ‘Het Nederlandse bedrijfsleven moet de koppositie als het gaat om internationale samenleving verstevigen.’