Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

FairKiezingswijzer 2017

Beweeg met je muis over de icoontjes en zie in één oogopslag hoe de politieke partijen al dan niet rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden. Klik op een onderwerp of op een partij en lees onze uitgebreide analyse.

cdad66vvdpvdaspcusgppvvgroenlinkspvdd50plus
HANDEL

HANDEL (CDA)

Het CDA gebruikt handelsbeleid om de economische positie van Nederland te verbeteren, en besteedt te weinig aandacht aan de positie van ontwikkelingslanden.

HANDEL (D66)

D66 wil ontwikkelingslanden meer kans geven om naar de EU te exporteren door handelsbarrières te verminderen.

HANDEL (VVD)

Nederlandse handelsbelangen staan voorop bij de VVD. Handel wordt zelfs een instrument om ontwikkelingslanden te dwingen mee te werken aan Nederlands beleid.

HANDEL (PvdA)

De PvdA bepleit dat handel en handelsverdragen moeten bijdragen aan het verduurzamen van productieketens en betere posities van ontwikkelingslanden.

HANDEL (SP)

SP is voor eerlijke handel waarvan ook de bevolking van betrokken landen profiteert, maar maakt deze ambitie weinig concreet.

HANDEL (ChristenUnie)

CU vindt dat internationale handel vooral moet bijdragen aan inclusieve en duurzame groei in ontwikkelingslanden en heeft daar concrete maatregelen voor.

HANDEL (SGP)

Volgens de SGP ligt samenwerking ten grondslag aan het ten goede komen van internationale handel aan de allerarmsten.

HANDEL (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op internationale handel.

HANDEL (GroenLinks)

GroenLinks pleit o.a. voor toetsing van de impact van handelspolitiek op ontwikkelingslanden en bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

HANDEL (PvdD)

De PvdD wil expliciet rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden in het Nederlandse internationaal handelsbeleid.

HANDEL (50PLUS)

Het partijprogramma van 50Plus is uiterst beperkt over internationale handel.

KLIMAAT

KLIMAAT (CDA)

De ambities voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie werkt het CDA nauwelijks uit in concrete plannen.

KLIMAAT (D66)

D66 pleit voor een minister van Klimaat en Energie, nationale klimaatwet en ontwikkelingssamenwerking met klimaathulp en klimaatfinanciering.

KLIMAAT (VVD)

Het Nederlands belang staat voorop in klimaatbeleid van VVD waarbij slechts bestaande afspraken nageleefd moeten worden.

KLIMAAT (PvdA)

De PvdA wil dat het Parijs Klimaatakkoord doorwerkt in ambitieuze doelstellingen en dat ontwikkelingshulp meer wordt toegespitst op klimaatverandering.

KLIMAAT (SP)

De SP pleit voor ontwikkelingsbeleid gebaseerd op het Parijs Klimaatakkoord om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden.

KLIMAAT (ChristenUnie)

De CU wil niet dat de allerarmsten opdraaien voor de gevolgen van klimaatverandering en pleit voor klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (SGP)

De SGP wil zich inzetten voor het bestrijden van klimaatverandering en doet dit o.a. vanwege de positieve uitwerking op ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (PVV)

De PVV wil geen geld uitgeven aan innovatie of windmolens, wat negatieve klimaatgevolgen voor ontwikkelingslanden teweegbrengt.

KLIMAAT (GroenLinks)

GroenLinks wil met het Parijs Klimaatakkoord als basis een ambitieus klimaatbeleid met specifieke klimaatsteun voor ontwikkelingslanden.

KLIMAAT (PvdD)

De PvdD wil een duurzaamheidsmeetlat voor toekomstig beleid, eisen aan grondstoffenimport, internationaal bindende regels en een milieugerechtshof.

KLIMAAT (50PLUS)

50PLUS wil CO2-uitstoot terugdringen om de wereld leefbaar te houden, maar toont weinig ambities voor een duidelijk klimaatbeleid.

VREDE & VEILIGHEID

VREDE & VEILIGHEID (CDA)

Het CDA bepleit het belang van internationale samenwerking in een veilige wereld, maar maakt dit niet concreet.

VREDE & VEILIGHEID (D66)

D66 is voorstander van een strenger EU wapenexportbeleid dat concurrentie tussen lidstaten moet beperken en toewerkt naar een gemeenschappelijk beleid.

VREDE & VEILIGHEID (VVD)

De VVD gaat niet in op wapenexport en bepleit ontwikkelingsgelden in te zetten voor het financieren van militaire missies.

VREDE & VEILIGHEID (PvdA)

De PvdA wil een strenger wapenexportbeleid, zeker als het gaat om de export van controversiële wapens en/of naar repressieve regimes.

VREDE & VEILIGHEID (SP)

De SP wil de huidige wapenexportregelgeving strenger naleven en wapenexport naar staten waar mensenrechten worden geschonden stoppen.

VREDE & VEILIGHEID (ChristenUnie)

De ChristenUnie is tegen wapenhandel met landen die mensenrechten schaden, maar maakt deze inzet niet concreet.

VREDE & VEILIGHEID (SGP)

De SGP gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

VREDE & VEILIGHEID (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

VREDE & VEILIGHEID (GroenLinks)

GroenLinks maakt zich sterk voor een strikt, door mensenrechten gedreven wapenexportbeleid, zowel internationaal als in Nederland.

VREDE & VEILIGHEID (PvdD)

De PvdD is kritisch over wapenexport naar landen die mensenrechten schenden en pleit voor internationale regelgeving.

VREDE & VEILIGHEID (50PLUS)

50PLUS gaat in haar partijprogramma niet in op vrede en veiligheid vanuit een ‘eerlijk-beleid-voor-ontwikkelingslanden’ perspectief.

BELASTINGONTWIJKING

BELASTINGONTWIJKING (CDA)

Het CDA wil stevig optreden tegen bedrijven en multinationals die belasting ontwijken, maar legt geen link met ontwikkelingslanden.

BELASTINGONTWIJKING (D66)

D66 wil een stevige aanpak in de strijd tegen oneerlijke belastingpraktijken op Europees niveau, met Nederland als koploper.

BELASTINGONTWIJKING (VVD)

De VVD is tegen het hervormen van belastingverdragen, omdat dit het nationale vestigingsklimaat zal schaden

BELASTINGONTWIJKING (PvdA)

Belastingen zijn een wapen tegen ongelijkheid en daarom komt de PvdA met concrete maatregelen om belastingontwijking te bestrijden.

BELASTINGONTWIJKING (SP)

Ook grote bedrijven en multinationals gaan voortaan hun eerlijke deel in de belastingen betalen als het aan de SP ligt.

BELASTINGONTWIJKING (ChristenUnie)

De ChristenUnie bepleit een effectieve bestrijding van belastingontwijking door multinationals en het voorkomen van belastingconcurrentie.

BELASTINGONTWIJKING (SGP)

De SGP is tegen belastingontwijking –en ontduiking van multinationals, maar legt geen link met ontwikkelingslanden.

BELASTINGONTWIJKING (PVV)

De PVV gaat in haar partijprogramma niet in op belastingontwijking of belastingontduiking door multinationale ondernemingen.

BELASTINGONTWIJKING (GroenLinks)

De stevige aanpak van belastingontwijking door multinationals van GroenLinks omvat concrete maatregelen die de positie van ontwikkelingslanden ten goede komt.

BELASTINGONTWIJKING (PvdD)

Met herziening van de belastingwetgeving en belastingverdragen wil de PvdD voorkomen dat ontwikkelingslanden miljarden aan inkomsten mislopen.

BELASTINGONTWIJKING (50PLUS)

50PLUS gaat in haar partijprogramma niet in op belastingontwijking of belastingontduiking door multinationale ondernemingen.

EERLIJK WERK

EERLIJK WERK (CDA)

Het CDA wil mensen in ontwikkelingslanden een menswaardig bestaan bieden en vraagt aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

EERLIJK WERK (D66)

D66 wil steun voor bedrijven die verantwoordelijkheid nemen m.b.t. hun impact om hen heen in de wereld.

EERLIJK WERK (VVD)

De VVD bepleit dat ondernemers zich houden aan bestaande afspraken over mensenrechten, maar wil tegelijkertijd ook minder complexe regelgeving voor bedrijven in het buitenland.

EERLIJK WERK (PvdA)

De PvdA legt een sterke focus op betere arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden en het tegengaan van kinderarbeid.

EERLIJK WERK (SP)

De SP besteedt in haar verkiezingsprogramma geen aandacht aan eerlijk werk wereldwijd.

EERLIJK WERK (ChristenUnie)

De CU komt met een ambitieuze serie maatregelen om arbeids- en kinderrechten te bevorderen, zo nodig met behulp van wetten en sancties.

EERLIJK WERK (SGP)

De SGP vindt dat bedrijven zich aan de bestaande regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten houden, maar maakt deze inzet niet concreet.

EERLIJK WERK (PVV)

De PVV wil stoppen met ontwikkelingshulp en vermeldt niets over eerlijk werk wereldwijd.

EERLIJK WERK (GroenLinks)

Als het aan GroenLinks ligt, wordt Nederland koploper in internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.

EERLIJK WERK (PvdD)

De PvdD heeft veel concrete en stevige plannen om de omstandigheden van arbeiders in ontwikkelingslanden te verbeteren.

EERLIJK WERK (50PLUS)

50PLUS toont geen concrete ambities op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

MIGRATIE & ONTWIKKELING

MIGRATIE & ONTWIKKELING (CDA)

CDA beperkt migratie tot vluchtelingen; met een focus op de terugkeer en bijdrage van vluchtelingen aan de wederopbouw van herkomstlanden.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (D66)

De brede migratieaanpak van D66 omvat o.a. ook het creëren van legale routes voor vluchtelingen en een selectief systeem voor economische migranten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (VVD)

Adequate opvang in de regio moet migratie naar de EU onnodig en onmogelijk maken volgens de VVD.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PvdA)

De PvdA komt met een brede migratieaanpak en wil o.a. investeren in veilige, legale routes en toekomstperspectief in zowel de regio als in Nederland.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (SP)

De SP is voor het aanpakken van de grondoorzaken en het verbeteren van de opvang van vluchtelingen (in de regio), maar maakt deze inzet niet concreet.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (ChristenUnie)

ChristenUnie bepleit een brede migratieaanpak die zich o.a. richt op grondoorzaken en betere opvang in de regio, maar ook op verplichte terugkeer.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (SGP)

SGP focust zich op het loskoppelen van migratie uit het ontwikkelingsbudget en outsourcing van opvang van vluchtelingen en asielaanvragen buiten Europa.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PVV)

De PVV wil de Nederlandse grenzen sluiten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (GroenLinks)

GroenLinks wil betere opvang in de regio en veiligere routes voor vluchtelingen, maar ook een tijdelijke visa voor arbeidsmigranten.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (PvdD)

Een menswaardige opvang in de regio en een uitgebreide aanpak van oorzaken van de vluchtelingencrisis: dat is de inzet van de PvdD.

MIGRATIE & ONTWIKKELING (50PLUS)

50PLUS ‘staat voor een streng, rechtvaardig en humaan vreemdelingenbeleid’, maar maakt deze ambitie niet concreet.

FAIR POLITICS

FAIR POLITICS (CDA)

De geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar te maken, werkt het CDA nauwelijks uit in concrete (bekostigings) plannen.

FAIR POLITICS (D66)

D66 onderbouwt een stevig ontwikkelingsbeleid dat ook ingaat op zaken als handel en klimaat, en dat bekostigd wordt met 0,7 procent van het BNP.

FAIR POLITICS (VVD)

Nederlandse (handels)belangen staan altijd voorop bij de VVD; zo wil de partij ontwikkelingshulp voorwaardelijk maken.

FAIR POLITICS (PvdA)

Met o.a. een ministersaanpak en een toets voor nieuw beleid, wil de PvdA voorkomen dat wat we met de ene hand geven, wordt weggenomen met de andere.

FAIR POLITICS (SP)

De SP is voor ontwikkelingssamenwerking gebaseerd op ‘wederzijds begrip en respect’, maar maakt deze ambitie niet (financieel) concreet.

FAIR POLITICS (ChristenUnie)

CU wil zowel een hoger ontwikkelingsbudget als dat het beleid niet nadelig is voor ontwikkelingslanden, en stelt o.a. een beleidstoets voor.

FAIR POLITICS (SGP)

De SGP wil de belangen van ontwikkelingslanden meenemen in beleid met een impacttoets, maar blijft onduidelijk over de hoogte van het ontwikkelingsbudget.

FAIR POLITICS (PVV)

De PVV wil de Nederlandse financiering van ontwikkelingshulp stoppen.

FAIR POLITICS (GroenLinks)

Naast een verhoging en zuivering van het budget, wil GroenLinks dat internationaal beleid getoetst wordt op de gevolgen voor ontwikkelingslanden.

FAIR POLITICS (PvdD)

De PvdD houdt expliciet rekening met de kansen voor mensen in ontwikkelingslanden en wil o.a. alle beleid langs een duurzaamheidsmeetlat leggen.

FAIR POLITICS (50PLUS)

50PLUS wil zich aan internationale afspraken over ontwikkelingshulp houden en ondersteunt de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, maar mist concrete ambitie.

Twitter

VVD

HANDEL (VVD)

Nederlandse handelsbelangen staan voorop bij de VVD. Handel wordt zelfs een instrument om ontwikkelingslanden te dwingen mee te werken aan Nederlands beleid.

Uitleg: De VVD bepleit een effectief buitenlands beleid met ‘naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika’ (p. 22). Hier staat het (handels)belang van Nederland altijd expliciet voorop. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de ambitie van de VVD om de koppositie van de Nederlandse visserijsector behouden. ‘De Nederlandse visser mag niet worden dwarsgezeten door belangen van andere landen, zodat wij onze voorsprong behouden’ (p. 82).

Dat blijkt uit ook de rol die de VVD ziet voor ‘het Nederlandse bedrijfsleven bij internationale handel, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies’ (p. 30). Ook ziet de partij handelsovereenkomsten, verdragen –en relaties als goed instrument om ontwikkelingslanden actief te laten meewerken aan het uitvoeren van Nederlands beleid. ‘Als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties’ (p. 30). 

Citaten:

p. 11: ‘Om Nederland zoals het is te behouden, is een aantal zaken nodig. Te beginnen met een realistisch buitenlands beleid, waarin Nederlandse belangen zoals veiligheid, migratie en handel centraal staan.’

p. 18: ‘Het creëren van adequate opvang in de regio biedt een oplossing voor vluchtelingen die bescherming nodig hebben. Om die oplossing ook duurzaam te maken, zullen de landen waar deze opvang wordt geboden vluchtelingen door middel van een verblijfsvergunning de mogelijkheid moeten bieden een bestaan in hun land op te bouwen. Dit kunnen wij een criterium maken voor het ontvangen van ontwikkelingshulp. Ook handelsovereenkomsten, verdragen en visaverstrekking kunnen worden gekoppeld aan medewerking aan dit beleid. Uiteraard is alles erop gericht om mensen zo snel als het kan naar het land van herkomst te laten terugkeren.’

p. 18: ‘Asielzoekers die te horen hebben gekregen dat zij niet in Nederland mogen  blijven, moeten zo snel mogelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Voor migranten uit veilige landen is hier geen plek. Daarom moeten we ervoor zorgen dat landen hun eigen onderdanen ook daadwerkelijk terugnemen. Ook medewerking hieraan kunnen we als voorwaarde stellen bij ontwikkelingshulp, handelsrelaties en het sluiten van verdragen. Ook willen we in EU-verband gezamenlijk landen onder druk zetten.’

p. 22: ‘De kracht van een effectief buitenlands beleid zit in selectiviteit: vooral daar actief zijn waar onze belangen op het spel staan en waar we het verschil kunnen maken. Dat betekent naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.’

p. 30: ‘We vinden handel minstens zo belangrijk als hulp. Het stelt landen namelijk in staat om op basis van gelijkwaardigheid en eigen kracht vooruit te komen. Hierbij speelt het Nederlandse bedrijfsleven een belangrijke rol, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies.’

p. 30: ‘Bij het aanjagen van lokale economieën speelt handel een belangrijke rol. Daarom ondersteunen wij het Nederlandse bedrijfsleven bij internationale handel, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies.’

p. 30: ‘Ontwikkelingshulp mag geen vrijblijvend cadeautje zijn. Er mag van hulpontvangende landen een inspanning worden terugverwacht. Wij willen daarom dat ontwikkelingssamenwerking voorwaardelijk is: als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties.’

p. 42: ‘Wij zijn daarom voorstander van goede handelsverdragen met onze handelspartners over de hele wereld, zoals de Verenigde Staten, Canada, Japan en China. Wij willen daarbij geen concessies doen aan onze normen en standaarden voor bijvoorbeeld het milieu of voedselveiligheid. Handelsverdragen maken het makkelijker voor buitenlandse bedrijven om in Nederland de deuren te openen. Maar ze openen vooral ook de deuren voor Nederlandse bedrijven in het buitenland. Daar profiteren we uiteindelijk allemaal van, omdat ook dit weer zorgt voor banen in Nederland.’

p. 82: ‘Wij willen de koppositie van de visserijsector op het gebied van innovaties  behouden. De Nederlandse visser mag bij nieuwe vismethoden […] niet worden dwarsgezeten door verouderde regels of belang van andere landen. Zo kan de Nederlandse visserij haar voorsprong behouden. Er mogen niet meer visgebieden worden gesloten dan noodzakelijk is vanuit Europese wetgeving.’

KLIMAAT (VVD)

Het Nederlands belang staat voorop in klimaatbeleid van VVD waarbij slechts bestaande afspraken nageleefd moeten worden.

Uitleg: De VVD bepleit dat ‘bestaande afspraken over duurzame energie moeten worden nakomen’ (p. 88), maar wil naast de bestaande Europese afspraken geen nieuwe Nederlandse regels. Binnen die bestaande afspraken komt de partij wel met nieuwe maatregelen, zoals een sterke focus op technische innovatie en het verminderen van CO2-uitstoot (p. 86). Echter, de overheid zou zich volgens de VVD niet moeten bemoeien met de manier waarop de verlaging van de CO2-uitstoot bereikt wordt, maar kan innovatie wel stimuleren en resultaten in de gaten houden. De VVD committeert zich echter niet aan ontwikkelingslanden, waar de gevolgen van klimaatverandering het meest voelbaar zijn.

Citaten:

p. 86: ‘Bestaande afspraken over het aandeel duurzaam opgewekte energie die wij in Europa en in het Energieakkoord met elkaar zijn overeengekomen, willen wij nakomen.’

p. 86: ‘Het Nederlandse energiebeleid moet primair worden gericht op het beperken van de CO2-uitstoot. Wij willen dat de overheid zich neutraal opstelt als het gaat om de vraag hoe dergelijke doelstellingen worden bereikt. Door wel te sturen op resultaten – het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen – maar niet op technieken, wordt innovatie maximaal gestimuleerd en kunnen beschikbare middelen veel gerichter worden ingezet voor de ontwikkeling van duurzame energieopwekking. Overzichtelijke en minder complexe regelgeving zullen daarbij stimulerend werken.’

p. 87: ‘De Nederlandse overheid kan meer ruimte bieden aan innovatieve manieren van energieopwekking, bijvoorbeeld door middel van biomassa en mono- en covergisting. Dit kan door het bedrijfsleven de kans te geven innovatieve pilots te organiseren of door bij aanbestedingen meer aandacht te besteden aan duurzaamheid en energieneutraliteit. Bijvoorbeeld door af te spreken dat alle Rijksinfrastructuur in 2030 energieneutraal wordt bediend. Ook kan de overheid vaker optreden als launching customer van nieuwe innovatieve technologieën en de eigen gebouwen duurzaam onderhouden.’

p. 88: ‘De internationale afspraken (Parijs) om de CO2-uitstoot te verlagen, moeten worden nagekomen. Vermindering van de uitstoot van CO2 vraagt wel om een internationale aanpak, want Nederland heeft slechts een klein aandeel in de wereldwijde uitstoot. Bovendien bestaat het risico dat bedrijven simpelweg verhuizen naar landen waar de regels minder streng zijn en waar meer CO2 kan worden uitgestoten. Hier wordt het klimaat niet beter van, want CO2 houdt zich niet aan landsgrenzen. Wij willen daarom ook geen extra Nederlandse regels (en subsidies) boven op internationale of Europese afspraken.’

p. 89: ‘We willen toewerken naar een circulaire economie, waarbij afval weer als grondstof kan worden ingezet. Nederland kan voortrekkersrol vervullen in wereld op gebied van recycling en we zouden onze kennis moeten exporteren.’

VREDE & VEILIGHEID (VVD)

De VVD gaat niet in op wapenexport en bepleit ontwikkelingsgelden in te zetten voor het financieren van militaire missies.

Uitleg: De VVD stelt in haar verkiezingsprogramma voor om ontwikkelingshulp te moderniseren door ontwikkelingsgelden ook in te zetten voor het financieren van militaire veiligheidsoperaties (p. 30). ‘Militaire veiligheidsoperaties zijn ook een vorm van ontwikkelingshulp, omdat die bijdragen aan stabiliteit. Die stabiliteit hebben landen nodig om economisch te kunnen groeien’ (p. 30), aldus de partij. Het Nederlandse (handels)belang staat hier duidelijk voorop en zal dan ook een negatieve uitwerking hebben op de positie van ontwikkelingslanden. Opvallend is dat het verkiezingsprogramma van de VVD niet ingaat op wapenhandel en/of het wapenexportbeleid.

Citaten:

p. 22: ‘De kracht van een effectief buitenlands beleid zit in selectiviteit: vooral daar actief zijn waar onze belangen op het spel staan en waar we het verschil kunnen maken. Dat betekent naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. We verliezen andere gebieden natuurlijk niet uit het oog. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee, maar ook het gebied rond de Noordpool, waar het ontstaan van een nieuwe vaarroute grote kansen biedt voor de (handels)positie van ons land.’  

p. 30: ‘Het is dringend nodig de ‘ODA-norm’ (officiële ontwikkelingshulp) te moderniseren. Militaire veiligheidsoperaties zijn ook een vorm van ontwikkelingshulp, omdat die bijdragen aan stabiliteit. Die stabiliteit hebben landen nodig om economisch te kunnen groeien. Wij vinden daarom dat uitgaven aan militaire veiligheidsoperaties ter bevordering van stabiliteit in landen voortaan ook onder de ODA-norm moeten vallen. Hetzelfde geldt voor nieuwe financieringsvormen op het terrein van migratie, die tot op heden niet als ODA geregistreerd mogen worden. Terwijl zij eveneens een sterke relatie hebben met ontwikkelingshulp.’ 

BELASTINGONTWIJKING (VVD)

De VVD is tegen het hervormen van belastingverdragen, omdat dit het nationale vestigingsklimaat zal schaden

Uitleg: Een goed Nederlands vestigingsklimaat ligt aan de basis van het verkiezingsprogramma van de VVD. Dit betekent dat er geen Europese vennootschapsbelasting (CCCTB), een Europese financiële transactiebelasting (FFT) en andere vormen van directe Europese belastingen komen. Daarentegen wordt de vennootschapsbelasting verlaagd ‘om bedrijven in Nederland te houden en meer bedrijven hier te krijgen’ (p. 41). Het uitgangspunt dat Nederland een aantrekkelijk land blijft, waar bedrijven graag naartoe komen, geldt ook voor belastingverdragen met andere landen. Verder stelt de VVD  dat belastingontduiking en -fraude internationaal moeten worden aangepakt. Dat betekent onder andere hulp aan ‘ontwikkelingslanden in de strijd tegen belastingontwijking’ (p. 43).  Belastingopbrengsten als gevolg van de aanpak van belastingontduiking en -ontwijking, moeten ingezet worden voor de verlaging van de vennootschapsbelasting. Alles voor het verder verbeteren om het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat te bevorderen.

Citaten:

p. 41: ‘Nederland moet een aantrekkelijk land zijn met lage belastingen. Want naast ons opleidingsniveau, onze infrastructuur, onze stabiliteit en ons cultureel aanbod, zijn onze belastingen een belangrijke reden voor bedrijven om zich in Nederland te vestigen. De vennootschapsbelasting in belangrijke omringende landen is echter lager dan in Nederland, waardoor bedrijven verleid worden om naar het buitenland te vertrekken. Om bedrijven in Nederland te houden en meer bedrijven hier te krijgen, willen wij de vennootschapsbelasting verlagen. Op die manier kunnen we de concurrentie met omringende landen aan blijven gaan en banen in Nederland behouden. Een lage vennootschapsbelasting is ook gunstig voor Nederlandse ondernemers: zij krijgen zo meer ruimte om te investeren in hun eigen onderneming.’ 

p. 41: ‘Voor een goed vestigingsklimaat is het van belang dat er geen Europese belastingen bijkomen. De belastingen in Nederland zijn immers al hoog genoeg. Bovendien gaan we zelf over onze belastingen. Zo kunnen we zelf beslissen wat het beste voor Nederland is en de meeste banen en welvaart oplevert. Dit moet ook in de toekomst zo blijven. Daarom zijn wij tegen een Europese vennootschapsbelasting (ccctb), een Europese financiële transactiebelasting (ftt) en andere vormen van directe Europese belastingen. Zulke belastingen schaden ons vestigingsklimaat, waardoor banen onnodig verdwijnen.’ 

p. 43: ‘Naast handelsverdragen staat Nederland ook bekend om onze uitgebreide en stabiele belastingverdragen met andere landen. Het uitgebreide Nederlandse verdragennetwerk biedt zekerheid en voorkomt dat ondernemers in meerdere landen dubbel belasting betalen over inkomen, vermogen of winst. Dit vormt een belangrijke basis voor ons goede vestigingsklimaat en dat willen wij ook zo houden. Wij willen dat Nederland een aantrekkelijk land blijft, waar bedrijven graag naartoe komen. Daarom blijven we via bilaterale belastingverdragen streven naar het zoveel mogelijk voorkomen van dubbele heffingen. Ook als het gaat om heffingen in geval van ‘overlijden’ van eenzelfde zaak in meer dan één land. Wij willen voorkomen dat bedrijven worden weggejaagd uit Nederland door het opzeggen van bilaterale belastingverdragen. Bedrijven die in Nederland daadwerkelijk activiteiten hebben en voor banen zorgen, verdienen het daarom om te blijven profiteren van ons goede fiscale vestigingsklimaat.’ 

p. 43: ‘Belastingontduiking en -fraude moeten internationaal worden aangepakt. Het kan alleen effectief worden bestreden als alle geïndustrialiseerde landen meedoen met de gekozen aanpak. Het is dus belangrijk dat Nederland actief blijft samenwerken met andere landen, bijvoorbeeld door informatie en belastinggegevens uit te wisselen. Maatregelen die de transparantie van bv’s en andere vennootschappen bevorderen, willen we voortzetten. We helpen ook ontwikkelingslanden in de strijd tegen belastingontduiking. Belastingopbrengsten als gevolg van de aanpak van belastingontduiking en -ontwijking, moeten ingezet worden voor de verlaging van de vennootschapsbelasting. Zo kan het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat verder verbeteren.’ 

p. 100: ‘De belasting op winst moet eveneens omlaag. Ondernemers die in hun eigen bedrijf investeren, zorgen voor banen. Om dit te stimuleren, verlagen wij de vennootschapsbelasting voor kleine, middelgrote en grote ondernemingen. Bovendien kunnen we met een lagere vennootschapsbelasting de concurrentie met omringende landen blijvend aan, zodat ook huidige banen in Nederland behouden blijven.’

EERLIJK WERK (VVD)

De VVD bepleit dat ondernemers zich houden aan bestaande afspraken over mensenrechten, maar wil tegelijkertijd ook minder complexe regelgeving voor bedrijven in het buitenland.

Uitleg: De VVD wil dat ondernemers die zaken doen in het buitenland zich houden aan de bestaande afspraken over mensenrechten. De VVD wil hen echter ook niet met regels in de weg zitten, en zelfs inzetten op ‘eenvoudigere procedures rondom de verstrekking van exportvergunningen’ (p. 42). Deze ambitie voor minder complexe regelgeving zal zeker geen bevorderende werking hebben op maatschappelijk verantwoord ondernemen en de positie van ontwikkelingslanden op het gebied van eerlijk werk. 

Citaten:

p. 42: ‘Procedures rondom het verlenen van exportvergunningen mogen ondernemers die zaken willen doen in het buitenland niet in de weg zitten. Wij willen dat procedures zo snel mogelijk worden doorlopen, zodat bedrijven in een vroeg stadium weten of ze een vergunning krijgen en daarop kunnen anticiperen. Nederland hanteert hierbij strikte regels, onder andere ten aanzien van milieu en mensenrechten. Die regels vinden wij belangrijk. Tegelijkertijd willen wij ook rekening houden met een gelijk speelveld ten opzichte van ondernemers uit andere landen. Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, mogen Nederlandse exporteurs niet onnodig worden gehinderd door de overheid. Om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven opdrachten mislopen die vervolgens naar bedrijven uit andere landen gaan, zetten wij in op eenvoudigere procedures rondom de verstrekking van exportvergunningen.’

MIGRATIE & ONTWIKKELING (VVD)

Adequate opvang in de regio moet migratie naar de EU onnodig en onmogelijk maken volgens de VVD.

Uitleg: De VVD wil alle vluchtelingen in de regio opvangen, zodat asielaanvragen in Europa onnodig en niet meer mogelijk worden. Op deze manier beoogt de partij migratiestromen te reguleren oftewel terug te brengen. Dit betekent dat Nederland moet investeren in betere en duurzame opvang in regio. Voor de VVD betekent dit ook dat het creëren van adequate opvang en het verlenen van verblijfsvergunningen voor vluchtelingen door deze landen in de regio, een criterium wordt voor het ontvangen van ontwikkelingshulp, handelsovereenkomsten, visaverstrekking en verdragen (p. 18). Migranten en vluchtelingen die alsnog de reis naar Europa proberen te maken, worden door fregatten opgepikt en teruggebracht naar de kust om vervolgens alsnog in de regio opgevangen te worden (p. 22). Naast de inzet op opvang in de regio, noodhulp en opvang van nieuwe asielzoekers in Nederland, gaat de VVD niet in op het aanpakken van grondoorzaken in herkomstlanden. 

Als het aan de VVD ligt, zijn hoogopgeleide migranten wel welkom in Nederland (p. 41); namelijk om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse welvaart. Hier wordt geen rekening gehouden met een eventuele brain drain die kennismigratie in het land van herkomst zou kunnen veroorzaken. 

Citaten:

p. 18: ‘Daarom zorgen we voor voldoende veilige en goede opvang in de regio zelf, zodat we asielaanvragen in Europa overbodig maken. Dit betekent wel dat we moeten investeren in betere en duurzame opvang in die regio. Het geld dat we nu aan opvang in Europa uitgeven, kunnen we daar veel efficiënter besteden. Zo helpen we levensgevaarlijke routes van mensensmokkelaars en problemen in onze eigen samenleving te voorkomen.’

p. 18: ‘Het creëren van adequate opvang in de regio biedt een oplossing voor vluchtelingen die bescherming nodig hebben. Om die oplossing ook duurzaam te maken, zullen de landen waar deze opvang wordt geboden vluchtelingen de mogelijkheid moeten bieden een (tijdelijk) bestaan in hun land op te bouwen. Ontwikkelingshulp, handelsovereenkomsten, verdragen en visaverstrekking

zullen worden ingezet om zowel de uitvoering van dit beleid te ondersteunen als de medewerking eraan te verzekeren. Uiteraard is alles erop gericht om mensen zo snel als het kan naar het land van herkomst te laten terugkeren.’

p. 18: ‘Wij willen controle krijgen over de migratiestromen. Met adequate opvang in de regio maken we asielaanvragen in Europa overbodig voor mensen van buiten Europa. Met die aanvragen willen we dan ook stoppen. Wel kunnen we in extreme situaties inspringen door vluchtelingen uit te nodigen om zich in Europa te vestigen. Zo houden we regie op de instroom.’

p. 18: ‘Daarom moeten we ervoor zorgen dat landen hun eigen onderdanen ook daadwerkelijk terugnemen. Ook medewerking hieraan kunnen we als voorwaarde stellen bij ontwikkelingshulp, handelsrelaties en het sluiten van verdragen. Ook willen we in EU-verband gezamenlijk landen onder druk zetten.’

p. 22: ‘De bewaking van de Europese buitengrenzen moet daarom verder worden versterkt, inclusief verdere militaire inzet van onder meer marine en marechaussee. Fregatten pikken migranten en vluchtelingen daarbij niet langer op om ze vervolgens af te zetten in Europa, maar brengen hen terug naar de kust. Vervolgens worden ze in die regio opgevangen. Door opvang in de regio effectief vorm te geven, kunnen de migratiestromen flink worden teruggebracht. Ook het risico dat terroristen zich in die migratiestromen mengen om aanslagen in Europa te plegen, wordt daardoor kleiner.’

p. 41: ‘We willen ook meer investeren in kennis. Nederland moet aantrekkelijk zijn voor hoogopgeleide mensen met unieke talenten en goede innovatieve ideeën, en dus bijdragen aan onze welvaart. Daarom willen wij een kennismigrantenregeling op basis van een puntensysteem. Hierbij kijken we niet alleen naar het inkomen dat je gaat verdienen, maar ook naar je opleidingsniveau, werkervaring en taalvaardigheid. Hoe groter je mogelijke bijdrage aan de Nederlandse economie, hoe groter je kans
om hier als kenniswerker aan de slag te kunnen. Daarnaast maken we het mogelijk dat werkgevers meerdere tijdelijke contracten van een langere duur kunnen aanbieden. Ook de kenniswerkers profiteren hiervan.’

FAIR POLITICS (VVD)

Nederlandse (handels)belangen staan altijd voorop bij de VVD; zo wil de partij ontwikkelingshulp voorwaardelijk maken.

Uitleg: De VVD wil ontwikkelingshulp gerichter inzetten op noodhulp, bijdragen aan multilaterale organisaties en de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland en de opvang van vluchtelingen in de regio. Daarbij pleit de partij voor een verbreding van de ODA-definitie, zodat militaire veiligheidsmissies en nieuwe financieringsvormen op het gebied van migratie ook onder officiële ontwikkelingssamenwerking gerekend kunnen worden. 

Verder vindt de VVD dat ontwikkelingshulp voorwaardelijk moeten worden, zodat ontwikkelingslanden die niet meewerken te maken krijgen met dwangmaatregelen, ‘bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties’ (p. 30). Omdat hulp, volgens de VVD, vaak het effect heeft dat landen achterover gaan leunen, bepleit de partij dat begrotingssteun als vorm van ODA moet verdwijnen. Tenslotte is het voor de VVD een prioriteit om helder inzicht te hebben in de effecten van ontwikkelingssamenwerking. 

Het is onduidelijk hoeveel ontwikkelingsbudget er uiteindelijk overblijft nadat de ambities van de VVD gerealiseerd zijn, of hoeveel budget de VVD wil besteden aan ontwikkelingssamenwerking. 

Citaten

p. 30: ‘Daarom willen wij veel gerichter inzetten op noodhulp, de (verplichte) bijdragen aan multilaterale organisaties zoals de VN en de EU, de opvang van eerstejaars asielzoekers in Nederland en opvang in de regio.’

p. 30: ‘Het is dringend nodig de ‘ODA-norm’ (officiële ontwikkelingshulp) te moderniseren. Militaire veiligheidsoperaties zijn ook een vorm van ontwikkelingshulp, omdat die bijdragen aan stabiliteit. Die stabiliteit hebben landen nodig om economisch te kunnen groeien. Wij vinden daarom dat uitgaven aan militaire veiligheidsoperaties ter bevordering van stabiliteit in landen voortaan ook onder de ODA-norm moeten vallen. Hetzelfde geldt voor nieuwe financieringsvormen op het terrein van migratie, die tot op heden niet als ODA geregistreerd mogen worden. Terwijl zij eveneens een sterke relatie hebben met ontwikkelingshulp.’

p. 30: ‘Ontwikkelingshulp mag geen vrijblijvend cadeautje zijn. Er mag van hulpontvangende landen een inspanning worden terugverwacht. Wij willen daarom dat ontwikkelingssamenwerking voorwaardelijk is: als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet

meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties.’

p. 31: ‘De huidige verslavende en verslappende werking van ontwikkelingshulp moet worden doorbroken. Hulp heeft regelmatig het effect dat landen achterover gaan leunen, omdat ze de problemen toch niet zelf hoeven op te knappen. Begrotingssteun leidt tot perverse prikkels en houdt hulpafhankelijkheid in stand. Het is dus een slechte vorm van hulp. Wij willen deze vorm van ontwikkelingshulp dan ook helemaal schrappen, zowel bilateraal als in EU-verband.’

p. 31: ‘De effecten van ontwikkelingssamenwerking horen bovendien, net als alle andere uitgaven van de overheid, helder te zijn. Het moet een prioriteit zijn om hierin goed inzicht te krijgen.’