Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Algemeen: Beleidscoherentie voor ontwikkeling

Twitter

'Ready for Change' lunchmeeting: ‘Dit is groter dan CETA en TTIP’

In een goed gevuld Huis van Europa vond donderdag 3 november een lunchmeeting plaats over de toekomst van de Europese ontwikkelingssamenwerking. De opvolger van het Cotonou-verdrag -en daarmee de toekomst van de Europese ontwikkelingssamenwerking met Afrikaanse, Caribische en Pacifische (ACP) landen- stond centraal. Zoals al snel bleek, was het voor veel deelnemers een eerste kennismaking met het verdrag. Precies daarom organiseerde 'Ready for Change'  deze bijeenkomst: om het aanwezige maatschappelijk middenveld te laten inspireren zich te mengen in de onderhandelingen die de komende jaren losbarsten. 

Sinds 2000 is de ontwikkelingsrelatie tussen de Europese Unie en de Afrikaanse, Caribische en Pacifische (ACP) landen vastgelegd in het Cotonou-verdrag en vormt het fundament van de Europese ontwikkelingssamenwerking. 'Maar hoe goed kennen jullie het Cotonou-verdrag eigenlijk, op een schaal van één tot tien?’ Als antwoord op deze openingsvraag van gespreksleider Kido Koenig gaf de meerderheid van het publiek zichzelf een dikke onvoldoende.

Steffie Neyens sprak namens Europees platform voor ontwikkelingsorganisaties CONCORD. Ze  zet zich in Brussel in om het maatschappelijk middenveld aldaar te activeren zich in het Post-Cotonou proces te mengen. 'In het huidige verdrag is de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld wel tekstueel aanwezig, maar spelen ze in de praktijk geen rol. Dit moet stukken beter', aldus Neyens.

Ondanks het belang dat maatschappelijke organisaties (NGO’s) een grotere rol gaan spelen in de opvolger van het Cotonou-verdrag, houdt het Nederlandse maatschappelijk middenveld zich nog opvallend stil. ‘Het is belangrijk dat Europese NGO’s zich gezamenlijk gaan organiseren, door het middenveld haar onderscheidende functie sterker te benadrukken  en zich meer op Brussel te richten’,  lichtte Neyens toe. Bovendien moet er meer samengewerkt worden met NGO’s uit ACP-landen. Een gezamenlijke stem met EU-organisaties kan juist een sterk politiek signaal kan geven. Om deze samenwerking in gang te zetten, organiseert CONCORD op 6 en 7 december 2016 een seminar in Brussel, waarbij Afrikaanse regionale platforms aanwezig zullen zijn.

Ries Kamphof (Kaleidos Research) werkte mee aan de Beyond Cotonou briefing paper, geschreven in opdracht van ‘Ready for Change’. De paper betoogt waarom het juist belangrijk is dat ontwikkelingsorganisaties zich in het debat mengen, en hoe de mondiale context in de afgelopen 20 jaar is veranderd. Zo  is de  relatie tussen de EU en de ACP-landen van hele andere aard dan 20 jaar geleden:  'Het Cotonou-verdrag is in 2000 onderhandeld met slechts 15 lidstaten die bijna allemaal koloniën hadden in ACP-landen. Nu zullen die onderhandelingen plaatsvinden met 28 landen (27 als het Verenigd Koninkrijk niet meegeteld wordt) die in een veel mindere mate een connectie hebben met de ACP-landen. Dit zal de onderhandelingen zeker beïnvloeden.'

'De EU-ACP samenwerking lijkt gelijkwaardiger te worden', aldus Mirjam van Reisen (Adviesraad Internationale Vraagstukken). 'Op mondiale thema’s kunnen de twee blokken samen een progressieve coalitie  vormen, zoals dat ook gebeurd is bij de klimaatconferentie in Parijs.' Zowel de EU als ACP-landen staan hierdoor sterker. Bovendien zorgen de Sustainable Development Goals (SDG’s) ook voor een gelijkwaardigere relatie: rijke landen zijn immers ook verplicht deze doelen te behalen. 'De SDG’s bieden een kans voor een coherent partnerschap vanaf 2020 dat het koloniale tijdperk daadwerkelijk overstijgt’, betoogt Mirjam van Reisen. Als de ACP-landen worden meegenomen in de besluitvorming en het nieuw verdrag consequent wordt uitgevoerd, kan het nieuwe partnerschap een volgende stap richting gelijkwaardigheid betekenen.'

Aan het einde van de lunchmeeting testte Kido Koenig de deelnemers nogmaals op hun kennis over Cotonou en gaven de deelnemers zichzelf wel een voldoende. De urgentie voor Nederlandse maatschappelijke organisaties om zich te mengen in de totstandkoming van een Post-Cotonou-verdrag is goed duidelijk geworden. Dit toekomstige partnerschap zal het toekomstig Europese ontwikkelingsbeleid bepalen en daarmee raakvlakken hebben met belangrijke thema’s voor maatschappelijke organisaties, zoals klimaat, migratie en mensenrechten. Bovendien liggen er kansen: kansen om de steeds inkrimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld op de agenda te zetten, om de SDG’s concreet in de praktijk te brengen en om één gezamenlijke stem te vormen van EU en de ACP-landen.

Dit artikel is gepubliceerd op 7 november 2016. Foto: 'Ready for Change? Global Goals at home and abroad!'