Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Algemeen: Beleidscoherentie voor ontwikkeling

Twitter

5 vragen aan ... Paul Engel

Paul Engel heeft inmiddels enorm veel ervaring opgedaan op het gebied van Beleidscoherentie voor Ontwikkeling: eerst als onderzoeker en later als directeur bij ECDPM, het Europese centrum van Beleidscoherentie voor Ontwikkeling. Daarnaast is Paul Engel bestuurslid van de FMS. Fair Politics stelde hem vijf vragen, naar aanleiding van de publicatie van de Coherentiemonitor ‘Let’s Walk the Talk Together’ en de aansluitende conferentie van 23 maart jl. 

1. Kun je jezelf even kort voorstellen?

Mijn naam is Paul Engel. Ik heb me de afgelopen veertig jaar ingezet voor de ontwikkeling van landen in Afrika en Zuid Amerika: als veldwerker in Ghana en Colombia, als onderzoeker in Peru, Chili en Europa en tenslotte als directeur van het Europees Centrum voor Ontwikkelingsbeleid en Management (ECDPM) in Maastricht. Ontwikkeling is voor mij werken aan sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid in de praktijk. Ik heb al vroeg van boeren en boerinnen in het noorden van Ghana geleerd dat dit niet kan worden bereikt door voor allerlei deelproblemen technische oplossingen aan te dragen, maar dat ontwikkeling bereikt kan worden door samen te werken aan een rechtvaardige samenleving die haar burgers kansen biedt om zichzelf en daarmee hun land te ontwikkelen. Een belangrijk onderdeel van zo’n samenleving is een coherent overheidsbeleid dat niet met de ene hand afneemt wat het met de andere geeft. Dat geldt ook voor internationale samenwerking: landen die pretenderen ontwikkeling in andere landen te bevorderen dienen hun overige beleid coherent te maken met de ontwikkelingsdoelen die zij nastreven. Anders zijn hun inspanningen simpelweg niet effectief, omdat ze die met hun eigen beleid ondergraven.

2. Op de Conferentie ‘Coherent Beleid voor Ontwikkeling – The Next Level’ werd veel gesproken over de rol van kennisinstellingen in het coherentiedebat. Welke rol denk je dat er is weggelegd voor kennisinstellingen in het algemeen en specifiek voor ECDPM?

Kennisinstellingen moeten in mijn ogen veel meer dan nu het geval is, onderzoeken waar beleid incoherent is, wat de effecten van beleid zijn op kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden en hoe negatieve effecten vermeden kunnen worden. Er is een groot gebrek aan kennis van de effecten van Nederlands en Europees beleid op kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden. Daarmee wordt het debat over coherentie vaak een welles-nietes discussie die er toe leidt dat er te weinig en te laat ingegrepen wordt om negatieve effecten te vermijden dan wel te compenseren. Daarnaast heeft het ook nog een heel belangrijke andere consequentie: door gebrek aan kennis over de oorzaken van en de samenhang tussen de ontwikkelingseffecten op diverse beleidsterreinen, missen we ook veel kansen. Bijvoorbeeld om in onze aanpak van ontwikkelingsdoelen ook klimaatdoelen te integreren, of een verbinding te leggen tussen veiligheid, ons immigratiebeleid en ons ontwikkelingsbeleid in de betreffende regio’s. Een meer geïntegreerde, samenhangende manier van internationaal beleid maken en uitvoeren, kan heel veel kansen opleveren om naast duurzame ontwikkeling in bijvoorbeeld Afrikaanse landen, ook de duurzaamheid in Nederland en Europa te bevorderen.

3. Ook de rol van de politiek en NGO’s was onderwerp van gesprek. Hoe denk je hierover?

De politiek is de beslissende factor als het gaat om coherent beleid. Bij elke keuze voor meer coherentie dienen diverse belangen tegen elkaar te worden afgewogen; bijvoorbeeld de belangen van immigranten tegen de belangen van diegenen die al in Nederland wonen, of die van boeren die voedsel produceren en die van consumenten in de grote steden die voedsel moeten kopen. Of de belangen van internationale ondernemers tegen die van lokale ondernemers. Het verbinden van die soms tegengestelde belangen om tot een rechtvaardige, duurzame ontwikkeling te komen is de uitdaging van coherent beleid. Het is de politiek waar deze belangenafwegingen uiteindelijk worden gemaakt. NGO’s spelen een heel belangrijke rol in het aan de kaak stellen van incoherenties en het voorstellen van oplossingen. Maar het is op Kabinetsniveau en in het Parlement waar de uiteindelijke beslissingen worden genomen die ons Nederlandse beleid al dan niet coherenter maken.

4. Op de genoemde conferentie is de Coherentiemonitor ‘Let’s Walk the Talk Together’ uitgebracht. Wat vind je de belangrijkste aanbevelingen uit de monitor? Wat is jou het meeste opgevallen tijdens het lezen van de monitor?

Ik heb daar met collega’s natuurlijk het één en ander over gezegd in ons hoofdstukje ‘De weg vooruit’. Maar laat ik vooral nog een keer onderstrepen hoe belangrijk coherentie wordt als standaard voor internationale samenwerking in de komende periode waarin we met elkaar de universele Sustainable Development Goals (SDG’s) afspreken. Deze doelen gelden niet alleen voor ontwikkelingslanden, maar ook voor ons en andere ontwikkelde landen. Ik heb gezegd dat beleidscoherentie misschien wel de nieuwe ‘Gouden Standaard’ voor internationale samenwerking wordt. Daar bedoel ik mee dat  de doelen niet alleen dáár, maar ook hier verwezenlijkt dienen te worden, en wij vervolgens hopelijk meer aandacht krijgen voor de effectiviteit van alles wat we doen met andere landen, en met name ontwikkelingslanden. Ontwikkeling zal geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer zijn, maar een proces wat steeds dichterbij komt. En we zullen de consequenties van de incoherenties van ons, en andermans, beleid steeds meer aan den lijve voelen, bijvoorbeeld in het geval  van bootvluchtelingen of baby melkpoeder.

5. Welke follow-up heb jij nu voor ogen nu de Coherentiemonitor gepubliceerd is en de conferentie is geweest?

De conferentie kenmerkte één belangrijk zwakte: het Nederlandse bedrijfsleven nam niet deel aan het debat, terwijl het wel een cruciale rol speelt in het waarmaken van coherent beleid. Denk maar aan onze kledingmerken die zaken doen in Azië. Ik hoop dat we in samenwerking met alle betrokken partijen een coherentienetwerk kunnen opzetten in Nederland waarin politiek, bedrijfsleven, NGO’s, kennisinstituten en overheidsinstanties samenwerken om systematisch de coherentie van ons beleid met de Sustainable Development Goals te bevorderen. Zo’n netwerk moet bestaan uit thematische clusters die bestaande incoherenties onderzoeken en aanpakken, en uit een regelmatig overleg tussen belanghebbenden waarin afwegingen tussen verschillende beleidsdoelen kunnen worden bekeken en alternatieve oplossingen kunnen worden aangedragen. Tenslotte moet dit netwerk het politieke debat rondom coherentie van beleid in internationale post-2015 samenwerking permanent voeden met informatie. Op deze manier kunnen weloverwogen beslissingen worden genomen ten aanzien van de Nederlandse inbreng in het mondiale streven naar duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid.