Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Grondstoffen: een vloek of zegen?

Twitter

Grondstoffen

Nederland en Europa doen er te weinig aan om er voor te zorgen dat grondstofrijke ontwikkelingslanden profiteren van hun bodemschatten, zodat deze een zegen, en geen vloek vormen.

De Nederlandse en Europese industrie is in grote mate afhankelijk van de import van grondstoffen  als tin en goud uit landen buiten de EU. Niet alleen Europa kijkt voor haar grondstoffen buiten de landsgrenzen; ook China, Japan, de VS en India zijn op jacht naar grondstoffen om hun economie draaiende te houden. Dit biedt veel kansen voor grondstofrijk Afrika.

Veel Afrikaanse landen hebben echter moeite deze kansen te benutten, en hun grondstoffenrijkdom lijkt ook vaak eerder een vloek dan een zegen. In sommige gevallen werken Nederland en de EU hier actief aan mee, in andere gevallen doen ze te weinig om deze problemen op te lossen. 

Probleem 1: Afrika voert bijna alleen ruwe grondstoffen uit

In veel Afrikaanse landen blijft de mijnbouwsector beperkt tot de export van ruwe grondstoffen. Onderzoek van Fair Politics in Rwanda wijst uit dat Afrikaanse landen hierbij vaak aanlopen tegen een gebrek aan infrastructuur zoals voldoende elektriciteitsvoorziening om metalen om te smelten, of de verbinding tussen mijnen en havens. Uiteindelijk vindt er dus slechts in beperkte mate industrialisering plaats en wordt het meeste geld verdiend in landen als Maleisië en China, die de ruwe grondstoffen verder verwerken. 

Nederland en de EU zetten echter in op een open handelssysteem, wat het vermogen van ontwikkelingslanden ontneemt om beleidsmaatregelen als exportrestricties, om zo de uitvoer van ruwe grondstoffen te ontmoedigen, in te voeren.

Probleem 2: Corruptie en belastingontwijking in de mijnbouwsector

De mijnbouwsector in Afrikaanse ontwikkelingslanden wordt vaak gekenmerkt door corruptie en een gebrek aan transparantie. Afrikaanse landen sluiten zelden gelijkwaardige overeenkomsten af met buitenlandse bedrijven . Door de gebrekkige onderhandelingscapaciteit, corruptie en zwak bestuur komen de afgesloten contracten vaak niet ten goede aan het algemeen belang. 

De EU heeft inmiddels wetgeving aangenomen die grondstof winnende bedrijven verplicht stelt om per land en per project te rapporteren over hun inkomsten en belastingafdrachten. Deze richtlijn moet streng worden nageleefd. Om goed te controleren in hoeverre bedrijven belastingbetaling ontwijken en aan wie de winsten ten goede komen, is effectieve ondersteuning van maatschappelijk middenveld hierbij van groot belang. 

Probleem 3: Conflictmineralen: bloed in je mobieltje

Sommige mineralen, zoals coltan in Congo, worden gedolven in mijnen die onder bewind staan van gewapende milities, waar mensen in de meest erbarmelijke omstandigheden moeten werken om de aankoop van wapens te bekostigen. Soms komen deze mineralen uiteindelijk in onze mobieltjes en andere producten terecht. 

Nederland heeft de strijd met conflictmineralen al aangebonden, en is in samenwerking met NGO’s en bedrijven begonnen met een project dat geleid heeft tot de eerste conflictvrije tinmijn in Afrika. Meer actie is echter noodzakelijk. Nederland en de EU moeten er voor zorgen dat het onmogelijk wordt dat bedrijven conflictmineralen in hun producten verwerken die uiteindelijk op de Europese markt terechtkomen. Bedrijven moeten daarom verplicht worden openbaar te maken waar de grondstoffen in hun producten vandaan komen.

Klik hier voor de volledige achtergrond-paper inclusief bronvermelding.