Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP)

Twitter

TTIP

De Verenigde Staten (VS) en de Europese Unie (EU) onderhandelen momenteel over een belangrijk handels- en investeringsverdrag: de Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Het doel van dit partnerschap is een impuls te geven aan de handel tussen de VS en de EU. De gevolgen van het verdrag zullen ingrijpend zijn. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de gevolgen voor derde landen, maar het is al wel duidelijk dat ontwikkelingslanden consequenties zullen ondervinden. 

Het vrijhandelsakkoord is bedoeld om banen te creëren en economische groei te stimuleren aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Dit doel moet worden bereikt door het wegnemen van handelsbarrières. Het wegnemen van deze tarifaire en non-tarifaire belemmeringen moet de koop en verkoop van goederen en diensten stimuleren, en beide partners aansporen om te investeren in elkaars economie.

Incoherent beleid

1. Verlegging van het handelsverkeer

Handelsverlegging vindt plaats wanneer handel verlegd wordt van een goedkopere exporteur (in dit geval ontwikkelingslanden) naar een duurdere exporteur (EU en VS). Door TTIP worden de importbarrières tussen de EU en de VS verkleind of wellicht zelfs weggenomen, waardoor de handel met ontwikkelingslanden minder aantrekkelijk wordt.  

2. Erosie van handelspreferenties 

Sinds 2002 sluit de EU Economic Partnership Agreements (EPA’s) af met Afrikaanse en Caribische landen en de (ei)landen in de Stille Oceaan, om de handel tussen de EU en deze regio’s te stimuleren. De EPA’s omvatten een volledige en onmiddellijke openstelling van de Europese markt, maar staan toe dat de landen waarmee het partnerschap is aangegaan hun markt langzaam openstellen. 

Volgens critici hebben leiden beide handelsverdragen, TTIP en EPA’s, onvoldoende toegang tot de Europese en Amerikaanse markt, waardoor de ontwikkeling die het zou genereren, niet gerealiseerd kan worden. Eén van de problemen zijn de administratieve kosten om zich aan te passen aan de eisen van de markt waarnaartoe geëxporteerd wordt. Deze kosten zijn voor de meeste bedrijven uit ontwikkelingslanden niet op te brengen. 

3. Hogere regulerende standaarden dan ontwikkelingslanden kunnen behalen

Eén van de meest bediscussieerde onderwerpen rondom TTIP omhelst de angst dat sociale (arbeids-) en milieustandaarden worden verlaagd, door standaardisatie of wederzijdse erkenning van standaarden in de EU en VS. Hoge standaarden en het voorkomen van een race to the bottom zijn positieve elementen in het handelsverdrag. Maar wanneer TTIP in werking treedt, zullen ontwikkelingslanden en opkomende economieën ook moeten voldoen aan deze non-tarifaire handelsbelemmeringen. De toegang tot de markten van de EU en VS hangt daarom af van de mogelijkheid te voldoen aan deze non-tarifaire belemmeringen. Om aan deze eisen te voldoen zijn investeringen en knowhow noodzakelijk, die ontwikkelingslanden vaak niet bezitten. 

Klik hier voor het achtergrond-paper, inclusief bronvermelding. 

Heading foto. Gemaakt door: Holger Boening. Bron: Mehr Demokratie, 2016.