Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Ontwikkelingslanden de dupe van klimaatverandering

De Ranking

Onderwerp: Klimaat

Beleidsaanbevelingen

  • Een vergaand juridisch bindend akkoord dat alle landen verplicht tot vermindering van uitstoot is de enige oplossing om werkelijk een halt toe te roepen aan klimaatverandering en ontwikkelingslanden te compenseren.
  • Nederland moet binnen de EU onvoorwaardelijk inzetten op een vermindering van emissies van broeikasgassen met tenminste 30% in 2020 ten opzichte van het niveau van 1990.
  • Nederland moet zich ervoor inzetten dat fondsen voor klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden nieuw en additioneel zijn ten opzichte van het ODA budget. Nederland moet daarom inzetten op alternatieve bronnen voor klimaatfinanciering. Zo moet onderzocht worden of de Financial Transaction Tax (FTT) via een Europees fonds ingezet kan worden gebruikt voor klimaatfinanciering, en moet een deel van de luchtvaart- en scheepvaartheffingen ingezet worden voor de financiering van het akkoord.
  • Nederland moet binnen de EU zich ervoor inzetten dat er vanaf 2020 $200 miljard per jaar wordt ingezet voor de financiering van klimaatverandering, in plaats van de beloofde $100 miljard die verre van toereikend is. 
  • Nederland moet zich binnen de EU ervoor inzetten dat klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden niet in de vorm van leningen wordt uitgekeerd. Daarnaast moeten publieke bronnen garant staan voor financiering, mocht deze uitblijven op basis van private investeringen. De EU moet controleren of de beloofde financieringsafspraken nageleefd gaan worden.
  • Ontwikkelingslanden moeten vrije toegang krijgen tot duurzame technologieën zodat ook zij de slag naar een groene economie kunnen maken. Ook moet de EU concrete stimulansen bieden aan Europese bedrijven en instanties om technologie overdracht naar ontwikkelingslanden te bevorderen.

Klimaat

Ontwikkelingslanden ondervinden dagelijks de gevolgen van klimaatverandering die hoofdzakelijk veroorzaakt worden door de geïndustrialiseerde landen. En dat terwijl zij de minste capaciteit hebben om met deze gevolgen om te gaan.

Probleem 1: Besluiteloosheid over emissiereductie

Nog steeds is er geen overeenstemming bereikt om een nieuw juridisch bindend klimaatverdrag te sluiten als opvolger van het Kyoto Protocol, dat afliep in 2012. Door deze besluitloosheid en het gebrek aan daadkracht blijft de aarde steeds verder opwarmen. Tijdens de Klimaattop in Warschau die eind 2013 plaatsvond, werd pas op het allerlaatst een compromistekst getekend, waarin stond dat alle landen zullen ‘bijdragen’ aan de reductie van CO2 uitstoot, maar zich nergens aan hoeven te ‘verplichten’. Pas in 2015 hoeven landen kenbaar te maken hoeveel CO2 ze minder zullen uitstoten en hoe ze van plan zijn die doelstellingen te behalen.  

Probleem 2: Aanpak klimaatverandering niet op rekening armoedebestrijding

Een groot deel van de kosten van de effecten van klimaatverandering komen voor rekening van ontwikkelingslanden. Door temperatuurstijging bijvoorbeeld zullen grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië te kampen krijgen met grote droogte. Door het stijgen van de zeespiegel zullen overstromingen in deze regio’s veel vaker voorkomen. Voor een eerlijk klimaatakkoord zullen besluiten moeten worden genomen over samenwerking op het gebied van schone technologie, bescherming van bossen, aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering en de beloofde financiering van de rijke landen aan ontwikkelingslanden. Ontwikkelde landen willen zich echter nog niet binden aan financiering, zolang er geen duidelijkheid is over welke klimaatacties ontwikkelingslanden zoals China en Brazilië gaan uitvoeren. Het geld moet verder niet op rekening komen van Ontwikkelingssamenwerking. Dit is echter wel het geval bij lange termijn financiering. Klimaatfinanciering moet door de vervuilers betaald worden, dus niet uit geld voor armoedebestrijding maar hoofdzakelijk uit private middelen.

Probleem 3: Vergroening energievoorziening dringend nodig

Het tegengaan van klimaatverandering staat of valt niet met klimaatfinanciering. Vergroening van de energievoorziening is van groot belang. Er moet worden overgestapt op duurzame, hernieuwbare energie, in plaats van de vervuilende fossiele brandstoffen waar we nu afhankelijk van zijn. Dit is niet slechts een kwestie voor de geïndustrialiseerde landen. Ook ontwikkelingslanden moeten hierin mee. Groene groei is noodzakelijk om er voor te zorgen dat economische ontwikkeling op lange termijn niet leidt tot een kwetsbaar milieu en de daarmee gepaard gaande problemen. Door vergroening van de energievoorziening worden ontwikkelinglanden niet afhankelijk van fossiele brandstoffen en gevoelig voor wisselingen in de olieprijs. Voor boeren en vissers betekent groene groei dat viswateren niet vervuild raken en landbouwgrond gezond blijft. Daarnaast geven lokale initiatieven voor duurzame energie kleine producenten toegang tot energie in plaatsen die normaal gesproken geen toegang hebben tot het elektriciteitsnet bijvoorbeeld. 

Als Nederland klimaatverandering aan wil pakken moet het haar energievoorziening vergroenen, en ontwikkelingslanden aanmoedigen hetzelfde te doen. Nederland maakt tot op heden weinig vaart met duurzame energie. Bedrijven en burgers in Nederland moeten overstappen op duurzame energie. Nederland en de EU kunnen ontwikkelingslanden helpen in het vergroenen van hun economie, bijvoorbeeld door steun voor het aanleggen van groene infrastructuur, of voor lokale initiatieven op het gebied van duurzame energie.

Klik hier voor de volledig achtergrond-paper inclusief bronvermelding.