Politici in Nederland en de Europese Unie nemen te vaak beslissingen die belangen van ontwikkelingslanden schaden. Dat moet veranderen. Fair Politics wil dat landen niet worden belemmerd, maar de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Vrede en veiligheid

De Ranking

nog geen ranking gegevens voor dit onderwerp

Onderwerp: Vrede en Veiligheid

Twitter

Vrede en Veiligheid voor duurzame ontwikkeling 

´Development and security are inextricably linked. A more secure world is only possible if poor countries are given a real chance to develop. Extreme poverty and infectious diseases threaten many people directly, but they also provide a fertile breeding-ground for other threats, including civil conflict. Even people in rich countries will be more secure if their governments help poor countries to defeat poverty´.[1]

Zoals voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi A. Annan, al in 2004 onderstreepte, zijn veiligheid en ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden. In september 2015 werd dit voor het eerst opgenomen in VN-beleid, met het ondertekenen van de Duurzame Werelddoelen[2], de opvolgers van de Millenniumdoelstellingen.[3Doel 16 streeft expliciet naar het bevorderen van ‘peaceful and inclusive societies for sustainable development’ en het bieden van ‘access to justice for all and build effective, accountable and inclusive institutions at all levels’. 

Als VN-lidstaat, probeert Nederland al langer de link tussen veiligheid en ontwikkeling te vertalen in haar beleid. Zo worden Nederlandse crisisbeheersingsoperaties en vredesmissies georganiseerd vanuit een geïntegreerde aanpak,oftewel de 3D-benadering (Defence, Development en Diplomacy).[4] Deze aanpak heeft als doel niet alleen militair in te grijpen, maar tegelijkertijd ook bij te dragen aan de opbouw en ontwikkeling van de desbetreffende staat. Echter, ondanks deze expliciete opname van vrede, veiligheid en ontwikkeling, is het Nederlands veiligheidsbeleid in een aantal gevallen incoherent met de belangen van ontwikkelingslanden. 

Probleem 1: Anti-terrorismebeleid slecht voor ontwikkeling

Sinds de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten in 2001 voeren Nederland en de EU een actief beleid tegen terrorisme.[5] Om witwassen en de financiering van terroristische organisaties te voorkomen, zijn sinds 2012 wereldwijde regels voor banken sterk aangescherpt.[6] Als gevolg van deze regels (de Anti-Money Laundering & Counter Terrorism Financing (AML/CTF) regulations) zijn grote schikkingen getroffen met internationale banken, omdat zij betrokken waren bij de financiële stromen van drugsnetwerken of het schenden van handelsembargo’s. Het betrof onder meer het Britse HSBC (1.5 miljard euro), Standard Chartered (590 miljoen euro) en ING Bank (500 miljoen euro).[7] Om risico’s op hoge boetes te vermijden hebben veel banken in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland daarom besloten om geen zaken te doen met financiële instellingen in landen als Somalië, Jemen, Afghanistan en Sudan. 

Doordat banken financiële transacties naar bepaalde ‘risicolanden’ niet meer faciliteren, wordt het ontwikkelingspotentieel van geldovermakingen (‘remittances’, het overmaken van geld door migranten naar gemeenschappen in hun land van herkomst) ondermijnd. Geld van de diaspora is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenschappen in lage inkomenslanden, zeker in post-conflictlanden.[8] Door de strenge regels en het daaruit voortvloeiende beleid van banken moeten migranten hogere kosten maken om geld over te maken naar gemeenschappen in ontwikkelingslanden of ze stoppen zelfs helemaal met geldovermakingen. Ook wijken ze uit naar informele, ondoorzichtige financiële netwerken, die juist gevoeliger zijn voor misbruik door criminele en terroristische organisaties. Hierdoor hebben de AML/CTF-regels juist een averechts effect op veiligheid en ontwikkeling, zowel in ontwikkelingslanden zelf als wereldwijd. 

Om te voldoen aan de strenge AML/CTF-regels stellen banken hoge eisen aan klanten die een bankrekening willen openen.[9] Zo moeten klanten hun identiteit en adres bewijzen door bijvoorbeeld kopieën van elektriciteitsrekeningen en een paspoort te overhandigen. De benodigde administratie voor het openen van een bank- of spaarrekening is in minder ontwikkelde regio’s vaak niet voor handen. De hoge eisen voor het afsluiten van een bankrekening leiden daarmee tot een beperking van de toegang tot financiële diensten, een andere belangrijke drijver voor ontwikkeling. Deze voorbeelden laten zien hoe beleid dat terrorisme moet tegengaan, ontwikkeling en (financiële) stabiliteit juist tegenwerkt. De box hieronder illustreert hoe geldovermakingen kunnen worden vergemakkelijkt, terwijl ook het witwassen van geld en financiering van terrorisme wordt tegengegaan.[10]

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Safer Corridor Initiative

Om het negatieve effect van AML/CFT-regelgeving tegen te gaan is gezamenlijk optreden van financiële instellingen, overheden van landen van herkomst en ontvangende landen vereist. Een positief voorbeeld is dat van het Verenigd Koninkrijk-Somalië Safer Corridor Initiative, onder leiding van de Britse Vereniging van Banken. Dit initiatief brengt banken, overheidsinstellingen en migrantengemeenschappen samen om er voor te zorgen dat banken en geldoverdracht operators, faciliteert het uitwisselen van informatie en risico analyses, en draagt bij aan de ontwikkeling van een gereguleerde financiële sector in Somalië.[11]


Probleem 2: Wapenexport: Europees Gemeenschappelijk Standpunt is vrijblijvend

Nederland staat op nummer zeven in de wereldranglijst van wapenleveranciers, en exporteert voornamelijk oorlogsschepen, geavanceerde militaire elektronica, componenten van gevechtsvliegtuigen en ander militair apparatuur.[12] Deze export gaat niet alleen naar andere EU-lidstaten, maar ook naar een aantal (lager) middeninkomenslanden. Het wapenexportbeleid van EU-lidstaten, zoals Nederland, is gebaseerd op het Europees Gemeenschappelijk Standpunt (EUGS). Of de export van wapens en wapencomponenten toegestaan is, wordt getoetst aan het Europees Gemeenschappelijk Standpunt (EUGS). 

Het EUGS gaat onder meer over informatie-uitwisseling, tussenhandel, doorvoer en eindbestemming. Er zijn acht criteria waaraan de wapenexport getoetst moet worden om te voorkomen dat wapens terecht komen in conflictgebieden en bijdragen aan de schending van mensenrechten.[13]  Echter, ondanks het EUGS worden er nog steeds wapens geëxporteerd naar conflictregio’s en regimes die mensenrechten schenden.[14] Zo gaf de Nederlandse regering in 2015 een exportvergunning af aan een Nederlands bedrijf om radars en communicatiemiddelen te exporteren naar Egypte, terwijl alom bekend is dat er serieuze mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Egypte. 

Soms wordt een wapenexportvergunning in Nederland niet afgegeven, maar leeft een ander EU-lidstaat de criteria van het EUGS minder strikt na en wordt de desbetreffende vergunning alsnog afgegeven. Zo keurde de Tweede Kamer in 2012 een levering van 164 tanks en pantserwagens aan Indonesië af, omdat het wapentuig onder meer kon worden ingezet in Papoea-Nieuw-Guinea, waar rebellen actief zijn. Vervolgens stemde de Duitse regering wel in met de levering van legervoertuigen aan Indonesië en leverde de Duitse firma Rheinmetall de tanks en pantserwagens aan de Indonesische overheid.[15]

Door het gebrek aan bindende regelgeving is het EUGS nog te vrijblijvend, waardoor het mogelijk blijft dat EU-lidstaten, zoals Nederland, wapenvergunningen afgeven voor regeringen die mensenrechten schenden of in conflict zijn.[16] Verder is er onvoldoende sprake van gezamenlijk naleven van het EUGS. Als een EU-lidstaat op basis van toetsing van het EUGS besluit een wapenexportvergunning niet af te geven, is er vaak een ander lidstaat dat de wapenexportvergunning wel wil afgeven.

Probleem 3: Ontwikkelingssamenwerking voor veiligheid 

Vanuit het idee dat ontwikkeling en veiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, vinden veiligheidsthema’s steeds meer ingang in het ontwikkelingsbeleid. Wanneer de prioriteit echter niet bij ontwikkeling ligt, maar bij veiligheid van de EU als donor, is de kans klein dat de ontwikkelingslanden daar echt beter van worden. Het is daarom verontrustend om te zien dat steeds vaker ontwikkelingsbudgetten worden ingezet voor veiligheidsdoeleinden.  

Zo bestaat het EU-noodtrustfonds voor Afrika – opgericht in 2015 naar aanleiding van de EU-Afrika Top van Valletta over migratie [17]met als doel om de grondoorzaken van irreguliere migratie vanuit Afrika richting Europa tegen te gaan· – uit 1.8 miljard euro, waarvan zeker 1.5 miljard euro afkomstig is uit het EU-budget voor ontwikkelingssamenwerking.[18]

Het noodfonds beoogt de economische groei en sociale cohesie in herkomst –en doorreislanden van migranten te vergroten. Een deel van het budget is echter ook bedoeld voor het verbeteren van migratiemanagement, rechtshandhaving, grenscontroles en het tegengaan van radicalisering en extremisme.[19] Op deze manier ontstaat er een steeds groter wordend risico dat ontwikkelingsgelden niet alleen worden ingezet om de grondoorzaken van migratie en ontheemding aan te pakken, maar ook om de geopolitieke veiligheidsbelangen van de EU te behartigen.